ECLI:NL:RBMNE:2025:2862
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Bestuursrechtelijke toetsing intrekking garnalenvisvergunning bij doorhaling visserijregister
Eiseres heeft verzocht om doorhaling van haar vaartuig in het visserijregister om in aanmerking te komen voor een subsidie op grond van de Tijdelijke subsidieregeling vermindering gevolgen Brexit voor de visserij (TSR). RVO heeft het vaartuig doorgehaald en daarbij ook de garnalenvisvergunning ingetrokken. Eiseres betwist dat de garnalenvisvergunning automatisch ingetrokken had mogen worden en stelt dat RVO haar niet heeft gewezen op de mogelijkheid om de vergunning te reserveren of aan te houden.
De rechtbank overweegt dat de intrekking van de garnalenvisvergunning formeel gezien terecht is op grond van artikel 70 van Pro de Uitvoeringsregeling visserij, omdat het vaartuig gesloopt is en subsidie is verleend. Echter, eiseres heeft niet tijdig verzocht om de vergunning te reserveren of aan te houden, terwijl dit wel mogelijk was geweest. De rechtbank weegt de belangen van eiseres, waaronder het voortzetten van het familiebedrijf en de financiële waarde van de vergunning, mee.
De rechtbank concludeert dat het besluit tot intrekking onevenredig is in verhouding tot de belangen van eiseres en daarmee in strijd met artikel 3:4 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank vernietigt het bestreden besluit en draagt RVO op binnen zes weken een nieuw besluit te nemen waarbij rekening wordt gehouden met deze uitspraak. Tevens wordt RVO veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit tot intrekking van de garnalenvisvergunning wordt vernietigd wegens strijd met het evenredigheidsbeginsel en RVO wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.