ECLI:NL:RBMNE:2025:2866
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Rechtbank oordeelt dat zuidelijke gevel als voorkant geldt en bijgebouw vergunningvrij is
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Utrecht om de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor een bijgebouw (carport) en het kappen van drie bomen te weigeren. De rechtbank beoordeelt uitsluitend het onderdeel van het bijgebouw.
De kern van het geschil betreft de vraag welke gevel van het hoofdgebouw als voorkant moet worden aangemerkt. Eiser stelt dat de zuidelijke gevel, georiënteerd naar de straat, als voorkant geldt, waardoor het bijgebouw zich in het achtererfgebied bevindt en vergunningvrij gebouwd kon worden. Het college stelt dat de westelijke gevel als voorkant geldt, omdat daar de hoofdingang en oprit zijn, waardoor het bijgebouw in het voorerfgebied ligt en vergunningplichtig is.
De rechtbank stelt vast dat de aanvraag vóór de inwerkingtreding van de Omgevingswet is ingediend, zodat de oude Wabo-regelgeving van toepassing is. De rechtbank volgt eiser en oordeelt dat de zuidelijke gevel als voorkant moet worden aangemerkt, mede omdat het perceel alleen via de oprit vanaf de straat bereikbaar is en de woning aan de straat is geadresseerd. Het feit dat tussen de woning en de straat inmiddels twee andere woningen zijn gebouwd, doet hieraan niet af.
Daarmee bevindt het bijgebouw zich in het achtererfgebied en is het vergunningvrij. Het beroep wordt gegrond verklaard, het besluit van 7 december 2023 vernietigd, en het primaire besluit van 24 juli 2023 herroepen. De aanvraag wordt afgewezen omdat geen vergunning nodig is. Het college wordt veroordeeld tot vergoeding van griffiekosten en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en wijst de aanvraag af omdat het bijgebouw vergunningvrij is.