Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van Dienst Toeslagen waarin de hoogte van de zorgtoeslag over het jaar 2022 definitief is vastgesteld. Dienst Toeslagen had bij besluit van 10 januari 2024 de zorgtoeslag definitief berekend en bleef bij dit besluit na bezwaar van eiser.
De rechtbank heeft vastgesteld dat eiser en zijn toeslagpartner in België wonen en bij het Centraal Administratiekantoor geregistreerd staan. Dienst Toeslagen maakte jarenlang een fout door de woonlandfactor niet toe te passen, waardoor eiser te veel zorgtoeslag ontving. Deze fout kon echter alleen over het jaar 2022 worden hersteld, wat Dienst Toeslagen terecht heeft gedaan.
De rechtbank oordeelt dat de definitieve berekening tijdig is gebeurd binnen de wettelijke termijn. Hoewel het terugvorderen van te veel betaalde toeslag voor eiser onrechtvaardig kan voelen, is dit volgens de wet- en regelgeving toegestaan. Eiser heeft onvoldoende onderbouwd dat hij niet kan betalen, terwijl Dienst Toeslagen heeft gesteld dat invordering mogelijk is.
Daarom verklaart de rechtbank het beroep ongegrond, wijst het griffierecht en proceskostenvergoedingen af en wijst op de mogelijkheid tot hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.