Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding van 21 januari 2025 met producties
- de conclusie van antwoord
- de conclusie van repliek met producties
- de conclusie van dupliek.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak heeft de kantonrechter van de Rechtbank Midden-Nederland op 18 juni 2025 uitspraak gedaan in een civiele procedure tussen de naamloze vennootschap Menzis Zorgverzekeraar N.V. en een gedaagde partij. Menzis vorderde betaling van € 93,20 aan zorgkosten, die door de gedaagde als eigen risico moesten worden voldaan. De gedaagde erkende de hoofdsom, maar betwistte de bijkomende kosten, waaronder buitengerechtelijke incassokosten, omdat zij stelde geen aanmaningen of brieven te hebben ontvangen. De kantonrechter oordeelde dat de gedaagde de hoofdsom moest betalen, inclusief wettelijke rente, maar wees de vordering tot betaling van buitengerechtelijke incassokosten af. Dit omdat Menzis niet had aangetoond dat de gedaagde de vereiste veertiendagenbrief had ontvangen. De kantonrechter oordeelde verder dat de gedaagde in de proceskosten moest worden veroordeeld, omdat zij niet kon aantonen dat zij rauwelijks was gedagvaard. De totale proceskosten werden vastgesteld op € 381,14, die binnen veertien dagen na aanschrijving door de gedaagde moesten worden betaald. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard.