Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] [1] ;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] [2] .
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] [3] ;
- het proces-verbaal van bevindingen van verbalisant [verbalisant] [4] .
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN
opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2, onder C, van de Opiumwet gegeven verbod;
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.BESLAG
10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 14a, 14b, 14c, 36b, 36c en 57 van het Wetboek van Strafrecht en
- 26 en 55 van de Wet wapens en munitie
- 2, 3, 10, 11 en 13a van de Opiumwet;
11.BESLISSING
een gevangenisstraf van 150 dagen;
43 dagenniet zal worden ten uitvoer gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte de hierna te melden algemene voorwaarde niet heeft nageleefd;
proeftijd van 2 jarenvast;