ECLI:NL:RBMNE:2025:294
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beëindiging WIA-uitkering per 1 juli 2022 niet onrechtmatig ondanks beroep op vertrouwensbeginsel
Eiseres maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om haar WIA-uitkering en toeslag per 1 juli 2022 te beëindigen, terwijl zij vond dat dit een dag eerder, per 30 juni 2022, had moeten gebeuren. Zij stelde dat het UWV haar dit telefonisch had toegezegd en beriep zich op het vertrouwensbeginsel. Daarnaast verzocht zij om een schadevergoeding vanwege de gevolgen van de latere beëindiging.
De rechtbank oordeelde dat eiseres voldoende procesbelang had, omdat de beëindigingsdatum invloed had op haar fiscale aangiften en lopende procedures. De rechtbank onderzocht vervolgens of het UWV terecht de uitkering per 1 juli 2022 had beëindigd en of het beroep op het vertrouwensbeginsel gegrond was.
Uit het dossier bleek dat geen schriftelijke stukken bestonden waarin eiseres expliciet vroeg om beëindiging per 30 juni 2022. De wijzigingsformulieren die zij overlegde toonden juist aan dat haar gezondheidssituatie was verslechterd en dat zij niet kon werken. De vermeende toezeggingen door medewerkers van het UWV waren onvoldoende aannemelijk gemaakt. Het verzoek om schadevergoeding werd afgewezen omdat het bestreden besluit niet onrechtmatig was.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De uitspraak werd gedaan door rechter J.A. Spee op 6 februari 2025 te Utrecht.
Uitkomst: Het beroep van eiseres tegen de beëindiging van haar WIA-uitkering per 1 juli 2022 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.