ECLI:NL:RBMNE:2025:2954

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 mei 2025
Publicatiedatum
20 juni 2025
Zaaknummer
UTR 24/8358
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:38 AwbArt. 8:41 AwbArt. 8:42 AwbArt. 8:54 AwbArt. 6:6 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens niet betalen griffierecht en ontbreken beroepsgronden omgevingsvergunning

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor de aanleg van twee waterbergingen. De rechtbank heeft het beroep niet inhoudelijk behandeld omdat eiseres het griffierecht niet heeft voldaan en geen gronden voor het beroep heeft aangevoerd.

De griffier heeft eiseres meerdere malen schriftelijk verzocht het griffierecht van €187,- te betalen binnen gestelde termijnen, maar dit is niet gebeurd. Ook is eiseres verzocht om de gronden van het beroep aan te vullen, maar zij heeft hier geen gehoor aan gegeven. De rechtbank heeft daarom het beroep niet-ontvankelijk verklaard.

Deze beslissing betekent dat het bestreden besluit in stand blijft en dat er geen proceskostenveroordeling wordt opgelegd. Partijen kunnen binnen zes weken een verzetschrift indienen als zij het niet eens zijn met deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens niet betalen van het griffierecht en ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/8358

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 28 mei 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Vijfheerenlanden(het college), verweerder.
(gemachtigde: A. den Braven).

Inleiding

1. In deze uitspraak beslist de rechtbank op het beroep van eiseres tegen het besluit van het college van 11 november 2024 tot het verlenen van een omgevingsvergunning voor het aanleggen van twee waterbergingen ter hoogte van de percelen [adres 1] en [adres 2] in [plaats] .
2. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1] Eiseres heeft het griffierecht niet betaald en het beroep niet voorzien van gronden, waardoor de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.

Beoordeling door de rechtbank

Griffierecht
3. Iemand die beroep instelt, moet griffierecht betalen. [2] In dit geval bedraagt het griffierecht € 187,-. De griffier van de rechtbank stelt een termijn waarbinnen het griffierecht moet worden betaald. Het hele bedrag moet binnen die termijn zijn bijgeschreven op de rekening van de rechtbank of dan zijn betaald op de griffie van de rechtbank.
4. Als het griffierecht niet (op tijd) wordt betaald is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk mag behandelen. Soms is dat anders. Dan heeft eiseres een geldige reden waarom het griffierecht niet (op tijd) is betaald. Het gaat dan om omstandigheden waar eiseres niets aan kan doen.
5. De griffier heeft eiseres bij brief van 9 januari 2025 gewezen op de verschuldigdheid van het griffierecht en meegedeeld dat dit binnen vier weken moet zijn voldaan. De griffier heeft vervolgens bij aangetekend verzonden brief van 7 februari 2025 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld het griffierecht te betalen binnen vier weken na dagtekening van die brief. Uit informatie van PostNL is gebleken dat de aangetekend verzonden brief op 13 februari 2025 om 16:41 uur is afgehaald en dat eiseres voor ontvangst heeft getekend.
6. Eiseres heeft het griffierecht niet betaald. Eiseres heeft geen reden gegeven waarom het griffierecht niet is betaald. Er is dus geen verontschuldiging voor dit verzuim gebleken.
Beroepsgronden
7. Iemand die beroep instelt, moet in het beroepschrift de gronden van het beroep vermelden. Dat houdt in: zeggen op welke specifieke punten hij of zij het niet eens is met het bestreden besluit. Als dat niet gebeurt, kan de rechtbank, na een herstelmogelijkheid het beroep niet-ontvankelijk verklaren. [3]
8. Eiseres heeft geen beroepsgronden vermeld in haar beroepschrift. De griffier heeft eiseres op 27 december 2024 verzocht om binnen vier weken de gronden van het beroep mee te delen. Eiseres heeft binnen die termijn geen gronden ingediend. De griffier heeft bij aangetekend verzonden brief van 27 januari 2025 eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld om het beroep aan te vullen met gronden binnen vier weken na dagtekening van die brief. De aangetekend verzonden brief is door eiseres niet afgehaald en aan de rechtbank geretourneerd. Vervolgens is deze brief aan eiseres ter kennisneming per gewone post toegezonden. [4] Op 28 februari 2025 heeft de griffier van de rechtbank eiseres nogmaals in de gelegenheid gesteld om het verzuim binnen vier weken te herstellen.
9. De rechtbank heeft van eiseres geen gronden van het beroep ontvangen. Eiseres heeft hiervoor geen reden gegeven.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt en dat het bestreden besluit in stand blijft. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J.W. Veenendaal, rechter, in aanwezigheid van mr. S.N. van Ooijen, griffier. Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 28 mei 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over verzet

Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Dit staat in artikel 8:41 van Pro de Awb.
3.Op grond van artikel 6:6 van Pro de Awb.
4.Ter voldoening aan het bepaalde in artikel 8:38 van Pro de Awb.