Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.Het procesverloop
- de dagvaarding van 5 juni 2025, met 1 productie;
- de akte overlegging producties van De Alliantie, met 5 producties;
- de akte van De Alliantie.
Rechtbank Midden-Nederland
De huurder heeft aan de verhuurder, Stichting De Alliantie, gevraagd om toestemming voor het plaatsen van airco-units op de gehuurde woning. De verhuurder heeft dit verzoek geweigerd vanwege de ingrijpende aanpassingen aan de woning, zoals het maken van gaten in de gevel of het dak, wat risico's op lekkage en extra onderhoud met zich meebrengt. Daarnaast wil de verhuurder geluidsoverlast voor omwonenden voorkomen.
De huurder stelde dat zij spoedeisend belang had bij de toestemming om de airco-units vóór de zomer te plaatsen. De rechtbank nam dit spoedeisend belang aan, maar oordeelde dat de verhuurder op grond van artikel 7:215 lid 6 BW Pro en de Algemene Huurvoorwaarden gerechtigd is toestemming te weigeren. De huurder kon ook niet steunen op een eerdere toezegging, omdat de onderliggende vaststellingsovereenkomst was ontbonden wegens niet-nakoming.
De kantonrechter wees daarom de vordering van de huurder af en veroordeelde haar tot betaling van de proceskosten van de verhuurder. Het vonnis werd uitgesproken op 27 juni 2025 door kantonrechter M.S. Koppert.
Uitkomst: De vordering van de huurder voor toestemming tot plaatsing van airco-units wordt afgewezen.