Eisers huurden een appartement met vochtproblemen door een lek in een leiding. Na acceptatie van een andere woning vorderden zij schadevergoeding voor kosten om beide woningen bewoonbaar te maken, huurprijsvermindering en verhuisvergoeding.
De verhuurder erkende het gebrek, maar betwistte causaliteit en afstand van rechten. De kantonrechter oordeelde dat afstand van rechten niet was overeengekomen en dat de kosten voor woning 1 niet als schade konden worden gezien omdat deze al voor het gebrek waren gemaakt.
De kosten voor woning 2 om deze bewoonbaar te maken werden wel als schade erkend en deels toegewezen, verminderd met arbeidskosten en trapbekleding. Huurprijsvermindering en verhuisvergoeding werden afgewezen. Daarnaast werd wettelijke rente vanaf dagvaarding toegekend en buitengerechtelijke incassokosten toegewezen tot het maximale tarief.
De verhuurder werd veroordeeld tot betaling van €12.440,00 plus rente en proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.