Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een urgentieverklaring op grond van mantelzorg, omdat zij afhankelijk is van mantelzorg van haar nicht die op afstand woont. Het college heeft deze aanvraag afgewezen omdat niet is voldaan aan de voorwaarden van de Huisvestingsverordening, met name dat de zorgvraag niet uitsluitend met mantelzorg kan worden ingevuld.
De rechtbank bevestigt dat eiseres Wmo-indicaties heeft voor ondersteuning, dat haar zelfredzaamheid toeneemt en dat mantelzorg niet structureel vier dagen per week wordt verleend. De rechtbank volgt het college niet in de strikte interpretatie dat mantelzorg vier volledige dagen per week moet worden gegeven, maar omdat het eerste vereiste niet is voldaan, blijft dit onbesproken.
Eiseres heeft ook een beroep gedaan op de hardheidsclausule vanwege haar ernstige klachten na een auto-ongeluk en de moeilijke woonsituatie. De rechtbank oordeelt dat deze omstandigheden geen uitzonderlijke situatie vormen die toepassing van de hardheidsclausule rechtvaardigen.
Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiseres geen urgentieverklaring krijgt en geen proceskostenvergoeding ontvangt.