Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 12 juni 2025 in de zaak tussen
[eiser], uit [woonplaats], eiser
Samenvatting
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
Verhinderd deze
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om hem geen WIA-uitkering toe te kennen, omdat hij volgens het UWV minder dan 35% arbeidsongeschikt is. Eiser stelt dat zijn beperkingen zijn onderschat en dat het UWV geen zorgvuldig onderzoek heeft gedaan.
De rechtbank beoordeelt dat het UWV zijn besluiten mag baseren op rapporten van verzekeringsartsen en arbeidsdeskundigen, mits deze zorgvuldig zijn opgesteld. Uit het dossier blijkt dat de verzekeringsarts bezwaar en beroep eiser heeft gehoord, lichamelijk onderzocht en alle medische stukken heeft betrokken. De rechtbank oordeelt dat het onderzoek zorgvuldig is uitgevoerd.
Eiser voert aan dat zijn aangeboren hypermobiliteit, PTSS en medicatiegebruik onvoldoende zijn meegenomen. De rechtbank stelt vast dat de verzekeringsarts aanvullende beperkingen heeft aangenomen op basis van de medische rapporten, waaronder beperkingen door hypermobiliteit en medicatiegebruik. Voor PTSS zijn geen aanvullende beperkingen aangenomen vanwege gebrek aan medische onderbouwing en inconsistenties in de verklaringen van eiser.
De arbeidsdeskundige heeft functies geselecteerd die aansluiten bij de beperkingen in de functionele mogelijkhedenlijst. De rechtbank ziet geen reden om aan de geschiktheid van deze functies te twijfelen. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het UWV hoeft geen proceskosten te vergoeden.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn WIA-uitkering wordt ongegrond verklaard.