Eiseres kreeg van het Waterschap de opdracht voor maaiwerkzaamheden in de Noordoostpolder. Zij vorderde herziening van de verrekenprijs en nabetaling, omdat minder maaibeurten waren afgeroepen en de hogere beplanting extra kosten veroorzaakte. De rechtbank oordeelt dat het Waterschap terecht een beroep doet op rechtsverwerking, omdat eiseres de eindafrekening heeft ondertekend en de factuur zonder voorbehoud heeft opgesteld, waarna het Waterschap betaalde.
Daarnaast heeft eiseres onvoldoende feiten en omstandigheden gesteld om aan te tonen dat de verrekenprijs van € 5,51 te laag is en dat een hogere verrekenprijs van € 13,50 gerechtvaardigd is. Het Waterschap betwist dat zij te weinig maaibeurten heeft afgeroepen en wijst erop dat het werk van eiseres achterliep en herstelwerkzaamheden nodig waren. Eiseres heeft ook niet tijdig geklaagd en haar administratie niet tijdig bijgehouden.
De rechtbank wijst de vorderingen af, ook omdat eiseres niet aan haar stelplicht heeft voldaan. Zij wordt veroordeeld in de proceskosten van € 12.223,00 en tot betaling van wettelijke rente over deze kosten. Het vonnis is gewezen door rechter D. Wachter en op 19 februari 2025 in het openbaar uitgesproken.