Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met producties 1-7;
- de conclusie van repliek met producties 18-20;
- de conclusie van dupliek.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eiser en gedaagde zijn buren die direct naast elkaar wonen. Eiser gebruikte een steeg achter de woningen om haar achtertuin te bereiken, maar gedaagde heeft dit onmogelijk gemaakt door het deel van de steeg op haar perceel bij haar tuin te betrekken. Eiser vordert dat de oude situatie wordt hersteld en stelt dat door verjaring een recht van overpad is ontstaan.
De kantonrechter stelt vast dat er geen sprake is van verkrijgende verjaring omdat eiser niet te goeder trouw was, maar wel van bevrijdende verjaring, waarbij twintig jaar onafgebroken bezit van een erfdienstbaarheid vereist is. Uit getuigenverklaringen, foto's en de geschiedenis van het gebruik blijkt dat de steeg sinds 1988 als zodanig is gebruikt en voor iedereen kenbaar was, inclusief gedaagde en haar rechtsvoorgangers.
De kantonrechter verklaart voor recht dat door bevrijdende verjaring een erfdienstbaarheid (recht van overpad) is ontstaan ten behoeve van eiser over het perceel van gedaagde. Gedaagde wordt verboden objecten te plaatsen die de doorgang belemmeren en een dwangsom wordt opgelegd bij overtreding. De vordering tot herstel van de oude afscheiding wordt afgewezen, evenals de vordering tot notariële vastlegging van de erfdienstbaarheid. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard en gedaagde wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Door bevrijdende verjaring is een recht van overpad ontstaan en gedaagde moet doorgang verlenen en wordt verboden objecten te plaatsen die dit belemmeren.