Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de conclusie van antwoord;
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald;
- de brief van [eiser] met foto’s;
- de brief van [eiser] met een aanvullende productie;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert een moeder dat haar meerderjarige zoon de woning die zij huurt verlaat. De zoon woont bij haar in, maar is geen medehuurder en verblijft zonder recht of titel in de woning. Hij weigert te vertrekken omdat hij geen andere woning kan vinden.
De kantonrechter oordeelt dat het feit dat de zoon een baan heeft met een netto inkomen tussen €2.400 en €2.900 per maand hem in staat stelt een eigen woning of kamer te huren, ook al is de woningmarkt gespannen. Hoewel de zoon pas twee jaar staat ingeschreven bij een woningcorporatie en daardoor nog niet in aanmerking komt voor sociale huur, wordt van hem verwacht dat hij ook in de vrije sector of omliggende gemeenten zoekt.
De kantonrechter houdt rekening met de moeder-kindrelatie en de lange periode dat de zoon bij zijn moeder woont, en kent daarom een ruime ontruimingstermijn toe tot 1 september 2025. Beschuldigingen van agressief gedrag worden onvoldoende onderbouwd geacht. De vordering tot machtiging van deurwaardersontruiming wordt afgewezen omdat dit wettelijk al geregeld is.
De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad en is op 2 juli 2025 uitgesproken door de kantonrechter.
Uitkomst: De zoon wordt veroordeeld om uiterlijk 1 september 2025 de woning van zijn moeder te verlaten.