Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de dagvaarding met een productie, die op 5 juni 2025 is betekend;
- het emailbericht met bijlagen van [de vrouw] van 19 juni 2025.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze kortgedingprocedure vordert de vader vervangende toestemming om met zijn twee minderjarige kinderen in de zomervakantie van 2025 naar Iran te reizen. De moeder weigert toestemming te geven. De voorzieningenrechter beoordeelt het spoedeisend belang en de kans van slagen van de vordering.
De rechter overweegt dat het niet in het belang van de kinderen is om naar Iran te reizen vanwege het negatieve reisadvies van het ministerie van Buitenlandse Zaken, dat sinds oktober 2022 geldt, en de actuele onveilige situatie door militaire activiteiten tussen Iran en Israël. De vader heeft onvoldoende onderbouwd waarom het reizen ondanks deze risico's verantwoord zou zijn.
De vader verzoekt om een voorwaardelijke toestemming, afhankelijk van een positief reisadvies, maar ook dit wordt afgewezen omdat het onvoldoende zekerheid biedt dat hij zich aan de voorwaarden houdt. De moeder vreest dat de vader en kinderen niet terugkeren, maar dit is onvoldoende feitelijk onderbouwd.
De moeder heeft tegenvorderingen ingediend, maar deze worden buiten beschouwing gelaten omdat zij zonder advocaat geen reconventionele vorderingen kan instellen. De vader wordt veroordeeld in de proceskosten van de moeder, omdat hij de procedure onnodig heeft gestart en geen sterke argumenten heeft aangevoerd om af te wijken van het negatieve reisadvies.
Uitkomst: De vordering tot vervangende toestemming om met de kinderen naar Iran te reizen wordt afgewezen en de vader wordt veroordeeld in de proceskosten.