ECLI:NL:RBMNE:2025:319

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
12 februari 2025
Publicatiedatum
10 februari 2025
Zaaknummer
11243718
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:119 BWArt. 6:119a BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Betaling beveiligingsfactuur en verstrekking incidentenrapportage na festival

Gedaagde organiseerde een festival van 15 tot 20 augustus 2023 en schakelde eiser in voor de beveiliging. Gedaagde betaalde echter een factuur niet, stellende dat eiser tekort was geschoten in de beveiliging en dat zij daardoor schade had geleden. Gedaagde verzocht gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst en verrekening van schade.

Eiser vorderde nakoming van de overeenkomst en betaling van de factuur. De kantonrechter oordeelde dat gedaagde onvoldoende had onderbouwd dat eiser tekort was geschoten en dat het verband tussen vermeende tekortkomingen en schade niet was aangetoond. De vordering van eiser werd daarom toegewezen.

Daarnaast werd eiser veroordeeld om een incidentenrapportage aan gedaagde te verstrekken, zoals gedaagde had gevorderd in reconventie. Gedaagde werd veroordeeld tot betaling van de factuur, wettelijke handelsrente en proceskosten. Het vonnis werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard.

Uitkomst: Gedaagde moet € 18.022,37 betalen aan eiser en eiser moet incidentenrapportage verstrekken.

Uitspraak

RECHTBANKMIDDEN-NEDERLAND
Civiel recht
Kantonrechter
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: 11243718 \ UC EXPL 24-5171
Vonnis van 12 februari 2025
in de zaak van
[eiser] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
eisende partij in conventie,
verwerende partij in reconventie,
hierna te noemen: [eiser] ,
procederend in persoon,
tegen
[gedaagde] B.V.,
gevestigd te [vestigingsplaats] ,
gedaagde partij in conventie,
eisende partij in reconventie,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
procederend in persoon.

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- de dagvaarding met twaalf producties,
- de conclusie van antwoord met zeven producties.
1.2.
Op 13 januari 2025 heeft er een mondelinge behandeling plaatsgevonden. Hierbij waren namens [eiser] [A] , [B] en [C] aanwezig. Namens [gedaagde] was [D] aanwezig. Partijen hebben tijdens de mondelinge behandeling de vragen van de kantonrechter beantwoord en hebben op elkaar gereageerd. De griffier heeft aantekeningen gemaakt van wat er is besproken.
1.3.
Ten slotte heeft de kantonrechter partijen laten weten dat het vonnis vandaag wordt uitgesproken.

2.De kern van de zaak

2.1.
[gedaagde] heeft van 15 augustus 2023 tot en met 20 augustus 2023 een festival georganiseerd. Zij heeft [eiser] ingeschakeld om het evenement te beveiligen. [gedaagde] heeft echter een factuur niet betaald, omdat zij vindt dat [eiser] steken heeft laten vallen bij de beveiliging. Ook zegt [gedaagde] om meerdere redenen schade te hebben geleden doordat de beveiligers van [eiser] hun werk niet goed gedaan zouden hebben. De kantonrechter begrijpt uit de verklaringen van [gedaagde] dat zij enerzijds gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst tussen partijen verzoekt. Anderzijds wil [gedaagde] verrekening van de schade die zij heeft geleden met het overige deel van de vordering van [eiser] op haar. [eiser] vordert nakoming van de overeenkomst. [gedaagde] wil bij wijze van tegenvordering dat [eiser] wordt verplicht een incidentenrapportage te verstrekken. De vordering van [eiser] zal worden toegewezen, omdat de beroepen van [gedaagde] op een tekortkoming in de nakoming en gedeeltelijke ontbinding van de overeenkomst, niet slagen. [gedaagde] moet daarom het gevorderde bedrag van € 15.593,88 aan [eiser] betalen. De kantonrechter oordeelt ook dat [eiser] de incidentenrapportage nog aan [gedaagde] moet verstrekken.

3.De beoordeling

In conventie en in reconventie
3.1.
Aangezien de vordering in reconventie zo zeer samenhangt met de vordering in conventie, zullen deze hierna gezamenlijk behandeld worden.
3.2.
Het gaat in deze zaak om de vraag of [eiser] het festival van [gedaagde] afdoende beveiligd heeft of niet. [eiser] vordert betaling van een nog openstaande factuur voor de beveiliging.
3.3.
[gedaagde] beroept zich, bij wijze van verweer tegen de vordering van [eiser] , op gedeeltelijke ontbinding en verrekening van de schade. Voor beide is een tekortkoming in de nakoming van de overeenkomst door [eiser] vereist. [gedaagde] heeft hiertoe gesteld dat [eiser] op de volgende punten is tekortgeschoten:
  • [eiser] heeft onvoldoende tassencontroles bij de ingang van het festival uitgevoerd,
  • [eiser] heeft gebrekkig gereageerd op incidenten,
  • De noodtuitgangen waren niet goed beveiligd door [eiser] ,
  • Er is in het algemeen niet goed beveiligd door [eiser] waardoor er diefstal, vernieling en een bijtincident met een hond heeft kunnen plaatsvinden,
  • [eiser] heeft een onjuiste bezoekersregistratie bijgehouden,
  • Er waren onvoldoende beveiligers van [eiser] aanwezig,
  • [eiser] heeft geen incidentenrapportage verstrekt aan [gedaagde] .
3.4.
[eiser] heeft al deze punten gemotiveerd betwist. De onderbouwing die [gedaagde] aan haar stellingen heeft gegeven in haar conclusie van antwoord heeft daarentegen alleen maar verdere vragen opgeroepen. Tijdens de mondelinge behandeling heeft [gedaagde] de onduidelijkheden niet kunnen wegnemen. Zo zijn onder meer vragen over de totstandkoming en betrouwbaarheid van in de procedure gebrachte verklaringen van getuigen onbeantwoord gebleven, is niet onderbouwd dat er een verband is tussen de verweten tekortkomingen in de beveiliging enerzijds en de de gestelde diefstal, vernielingen en het bijtincident anderzijds en is geheel niet concreet geworden hoeveel schade [gedaagde] heeft geleden. Gezien de betwisting van de tekortkoming door [eiser] , heeft [gedaagde] haar verweer dat [eiser] is tekortgeschoten in de nakoming van haar verbintenis daarom onvoldoende onderbouwd. De kantonrechter oordeelt daarom dat [eiser] niet is tekortgeschoten.
3.5.
Aangezien het verweer van [gedaagde] niet slaagt en de vordering tot nakoming van [eiser] voldoende onderbouwd is, moet [gedaagde] het gevorderde bedrag van € 15.593,88 aan [eiser] betalen.
3.6.
[eiser] heeft wettelijke handelsrente gevorderd over de hoofdsom. Deze rente vordert zij vanaf de vervaldatum van de factuur tot de datum van volledige betaling. De rente bedraagt € 1.497,55 tot 1 juli 2024. De kantonrechter zal de in artikel 6:119a BW bedoelde wettelijke handelsrente toewijzen zoals vermeld onder de beslissing. Aan alle in artikel 6:119a BW genoemde voorwaarden is namelijk voldaan.
3.7.
[eiser] vordert een bedrag van € 930,94 aan buitengerechtelijke incassokosten. Aan de wettelijke eisen voor een vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is voldaan. De hoogte van de vordering zal worden getoetst aan het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten (hierna: het Besluit). De gevorderde vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten is niet hoger dan het tarief dat in het Besluit is bepaald. Daarom wordt het gevorderde bedrag van € 930,94 toegewezen.
3.8.
De kantonrechter zal de vordering in reconventie die [gedaagde] heeft ingesteld, toewijzen. [gedaagde] heeft gevorderd dat [eiser] verplicht wordt alsnog een incidentenrapportage te verstrekken. [eiser] heeft tijdens de mondelinge behandeling aangegeven dit te willen doen. Dit zal daarom ook in de beslissing worden opgenomen.
3.9.
[gedaagde] is in conventie in het ongelijk gesteld en moet daarom de proceskosten (inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van [eiser] in conventie worden begroot op:
- kosten van de dagvaarding
115,22
- griffierecht
1.409,00
- salaris gemachtigde
406,00
(1 punt × € 406,00)
- nakosten
135,00
(plus de kosten van betekening zoals vermeld in de beslissing)
Totaal
2.065,22
3.10.
De gevorderde wettelijke rente over de proceskosten wordt toegewezen zoals vermeld in de beslissing.
3.11.
[eiser] is in reconventie in het ongelijk gesteld, maar aangezien de vordering in reconventie zodanig samenhangt met de vordering in conventie, worden de proceskosten in reconventie op nihil geschat.
3.12.
De kantonrechter zal de beslissing in conventie uitvoerbaar bij voorraad verklaren, zoals is gevorderd door de [eiser] . Dat betekent dat de beslissing moet worden gevolgd, ook als één van partijen hoger beroep instelt tegen deze beslissing. De beslissing van de kantonrechter geldt in dat geval totdat het gerechtshof een andere beslissing neemt. In reconventie is de uitvoerbaarheid bij voorraad niet gevorderd.

4.De beslissing

De kantonrechter
In conventie
4.1.
veroordeelt [gedaagde] om aan [eiser] te betalen een bedrag van € 18.022,37, te vermeerderen met de wettelijke handelsrente als bedoeld in artikel 6:119a BW over een bedrag van € 15.593,88, met ingang van 1 juli 2024, tot de dag van volledige betaling,
4.2.
veroordeelt [gedaagde] in de proceskosten van € 2.065,22, te betalen binnen veertien dagen na aanschrijving daartoe, te vermeerderen met de kosten van betekening als [gedaagde] niet tijdig aan de veroordelingen voldoet en het vonnis daarna wordt betekend,
4.3.
veroordeelt [gedaagde] tot betaling van de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119 BW Pro over de proceskosten als deze niet binnen veertien dagen na aanschrijving zijn betaald,
4.4.
verklaart dit vonnis uitvoerbaar bij voorraad.
In reconventie
4.5.
beveelt [eiser] om een incidentenrapportage te verstrekken aan [gedaagde] ,
4.6.
veroordeelt [eiser] in de proceskosten, begroot op nihil.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. Werner en in het openbaar uitgesproken op 12 februari 2025.
62938