Uitspraak
1.[gedaagde sub1] ,
2.
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord.
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak verhuurt eiser een bedrijfsruimte aan gedaagde, die een tweewielerwinkel exploiteert. Eiser vordert betaling van een huurverhoging van €85,39 per 1 juli 2023. Gedaagde betwist de hoogte van de verhoging en stelt niet op de hoogte te zijn gesteld. De huurovereenkomst bepaalt dat de huur mag worden verhoogd met het CPI-percentage.
De kantonrechter constateert dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd waarop de verhoging van circa 10% is gebaseerd, terwijl gedaagde een verhoging van 3,4% op basis van het CPI-percentage aanvoert. Eiser heeft ook niet alle relevante stukken bij de dagvaarding gevoegd en was niet op de hoogte van het verweer van gedaagde.
Omdat niet in geschil is dat de huur met het CPI-percentage mag worden verhoogd, krijgt eiser de gelegenheid om in een akte alsnog het CPI-percentage te onderbouwen. Gedaagde mag hierop reageren. De zaak wordt aangehouden tot na deze aanvullende stukken.
Uitkomst: Eiser krijgt gelegenheid om de huurverhoging nader te onderbouwen, zaak aangehouden tot nadere stukken.