Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord in conventie en van eis in reconventie met producties;
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
In deze zaak vordert de voormalige huurster de terugbetaling van een waarborgsom van €669,00 die zij aan de verhuurder had betaald voor de huur van een kamer van maart tot juli 2024. De verhuurder weigert terug te betalen, stellende dat hij de waarborgsom mag verrekenen met een contractuele boete die hij aan de huurster toerekent wegens het vestigen van een bedrijf in het gehuurde.
De kantonrechter oordeelt dat een contractuele boete niet mag worden verrekend met de waarborgsom op grond van artikel 7:261b BW. Tevens is niet vastgesteld dat de huurster de huurovereenkomst heeft geschonden door bedrijfsactiviteiten uit te oefenen; enkel inschrijving van een onderneming op het adres is onvoldoende. Ook is onvoldoende bewijs geleverd dat de huurster de verhuurder of diens familie heeft belasterd of bedreigd, zodat een verbodsvordering wordt afgewezen.
De kantonrechter wijst de vordering van de huurster toe tot terugbetaling van de waarborgsom en een bedrag van €100,35 aan buitengerechtelijke incassokosten. De vorderingen van de verhuurder in reconventie worden afgewezen. De verhuurder wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Verhuurder moet waarborgsom en incassokosten aan huurster betalen; boete en verbodsvorderingen worden afgewezen.