Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met daarbij een eis in reconventie, met bijlage 1,
Rechtbank Midden-Nederland
Partijen, ex-partners en medehuurders van een woning sinds 2020, zijn uit elkaar en wensen niet langer samen te wonen. De kantonrechter moet op grond van artikel 7:267 lid 7 BW Pro bepalen wie de huurovereenkomst mag voortzetten en wie de woning moet verlaten.
De belangenafweging leidt tot toewijzing van het huurrecht aan de eiser, die twee minderjarige kinderen heeft die door de week in de woning verblijven. De kinderen zijn gebonden aan de woning vanwege nabijheid van school, sociale contacten en sportclub. De gedaagde heeft onvoldoende aannemelijk gemaakt dat de eiser op korte termijn passende alternatieve woonruimte kan vinden of tijdelijk elders kan verblijven.
De kantonrechter veroordeelt de gedaagde tot ontruiming binnen vier weken, een termijn die redelijk wordt geacht gezien de huidige woningnood. De vordering tot ontruiming met de sterke arm wordt afgewezen omdat dit al wettelijk is geregeld. De verklaring voor recht dat de toewijzing ook werking heeft tegenover de verhuurder wordt toegewezen. Proceskosten worden gecompenseerd en de veroordelingen zijn uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Huurrecht wordt toegewezen aan eiser en gedaagde moet woning binnen vier weken ontruimen.