ECLI:NL:RBMNE:2025:3276
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen schorsing Ziektewetuitkering
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de tijdelijke stopzetting van zijn Ziektewetuitkering door het UWV per 28 mei 2025. Het UWV had de uitkering geschorst vanwege het niet voldoen aan verplichtingen. Verzoeker maakte bezwaar tegen dit besluit en vroeg om een voorlopige voorziening.
De voorzieningenrechter overwoog dat een voorlopige voorziening slechts wordt toegekend bij onverwijlde spoed. Inmiddels had verzoeker alsnog aan zijn verplichtingen voldaan, waarna het UWV op 24 juni 2025 de schorsing van de uitkering heeft opgeheven en de betaling hervat. Hierdoor was het spoedeisend belang van de voorlopige voorziening komen te vervallen.
De voorzieningenrechter concludeerde dat het verzoek kennelijk ongegrond was en wees het af. Er was geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan zonder zitting en er staat geen hoger beroep of verzet tegen open.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de schorsing van de Ziektewetuitkering is afgewezen wegens het ontbreken van spoedeisend belang.