Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
1.De procedure
- De dagvaarding van 23 mei 2025, met producties;
- De akte concretisering eis en overlegging producties van [eiseres] ;
- De brief van [gedaagde] , met producties.
Rechtbank Midden-Nederland
Op 26 april 2023 sloten eiseres en gedaagde een gecombineerde zorg- en huurovereenkomst waarbij eiseres woonbegeleiding verleende en een woning verhuurde. De overeenkomst eindigde op 26 april 2025, waarna eiseres ontruiming vorderde omdat gedaagde zonder recht of titel in de woning verbleef.
Gedaagde betwistte de ontruiming en stelde dat eiseres onvoldoende zorg had verleend en geen passende woonruimte had gezocht. De voorzieningenrechter oordeelde dat de overeenkomst terecht was beëindigd, dat het begeleidingselement overheerste en dat de huurovereenkomst gelijktijdig eindigde. De ontruiming werd toegewezen met een termijn van vier weken.
Daarnaast werd gedaagde veroordeeld tot betaling van een huurachterstand van €806,44 en doorbetaling van €744,83 per maand tot ontruiming. Een gevorderde schadevergoeding wegens beschadiging van de woning werd afgewezen omdat gedaagde nog niet in verzuim was gesteld.
De proceskosten van €2.144,45 werden aan gedaagde opgelegd. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad verklaard, zodat het direct kan worden uitgevoerd ondanks eventueel hoger beroep.
Uitkomst: De ontruiming wordt toegewezen en gedaagde wordt veroordeeld tot betaling van huurachterstand en doorbetaling tot ontruiming binnen vier weken.