De verhuurder verhuurt sinds 2003 een bedrijfsruimte aan de huurder. De verhuurder vordert ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming wegens een aanzienlijke huurachterstand, evenals betaling van achterstallige huur, toekomstige huurtermijnen, een gebruiksvergoeding en schadevergoeding. De huurder stelt dat een vaststellingsovereenkomst uit 2015 de huurprijs verlaagt en beroept zich op opschorting vanwege gebreken aan het pand.
De kantonrechter oordeelt dat de huurder niet bevoegd was de huurbetalingen op te schorten, omdat hij de gebreken niet op de juiste wijze heeft gemeld aan de verhuurder. De huurachterstand bedraagt € 51.087,15 per 1 september 2024. Dit leidt tot ontbinding van de huurovereenkomst en ontruiming binnen veertien dagen na betekening van het vonnis.
De kantonrechter wijst de vorderingen toe voor betaling van achterstallige en toekomstige huur, gebruiksvergoeding voor de periode na ontbinding tot ontruiming, en een schadevergoeding voor maximaal zes maanden na ontruiming, verminderd met eventuele inkomsten uit herverhuur. De vordering tot vergoeding van buitengerechtelijke incassokosten wordt afgewezen. De vordering van de huurder tot vergoeding van kosten voor het vervangen van ruiten wordt eveneens afgewezen wegens het ontbreken van een herstelmelding.
De huurder wordt veroordeeld in de proceskosten in zowel conventie als reconventie. Het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.