ECLI:NL:RBMNE:2025:3313

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
8 juli 2025
Publicatiedatum
8 juli 2025
Zaaknummer
UTR 25/3757
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij herbeoordeling kinderopvangtoeslag

Eiseres stelde beroep in tegen het niet tijdig beslissen op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Verweerder voerde aan dat reeds op 4 april 2022 een besluit was genomen, waardoor het beroep niet-ontvankelijk zou zijn wegens ontbreken van procesbelang.

De rechtbank overwoog dat procesbelang vereist is om een beroep ontvankelijk te verklaren. Dit betekent dat de rechtzoekende een reëel en actueel belang moet hebben bij het verkrijgen van het gevorderde resultaat. Omdat verweerder al vóór het indienen van het beroep een besluit had genomen, was het doel van het beroep bereikt.

Daarom ontbrak het eiseres aan belang bij de procedure en verklaarde de rechtbank het beroep kennelijk niet-ontvankelijk. Er was geen aanleiding voor een proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter I. Helmich op 8 juli 2025, zonder zitting en met toepassing van artikel 8:54 Awb Pro.

Uitkomst: Het beroep wordt kennelijk niet-ontvankelijk verklaard wegens ontbreken van procesbelang.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3757

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 8 juli 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] , eiseres

(gemachtigde: mr. Jethoe),
en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld op 16 juni 2025, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar aanvraag om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag.
Op 26 juni 2025 heeft verweerder een verweerschrift ingediend. Hierin geeft verweerder aan dat eiseres geen procesbelang heeft, omdat verweerder op 4 april 2022 een besluit heeft genomen over de aanvraag van eiseres om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. Het beroep niet tijdig beslissen moet volgens verweerder dan ook niet-ontvankelijk verklaard worden.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dit in deze zaak niet nodig is. Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) maakt dat mogelijk.
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [1] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [2]
3. Procesbelang is het belang dat bestaat bij de uitkomst van de procedure, dus wat de rechtzoekende concreet met het beroep wil of kan bereiken. Dit gaat niet om de vraag of de rechtzoekende gelijk heeft. Het gaat erom dat de rechtzoekende een reëel en actueel belang heeft bij het gelijk, als hij dat in de beroepsprocedure zou krijgen. De vraag of er procesbelang is, wordt daarom beantwoord naar de stand van zaken op het moment van het beoordelen van het beroep. De bestuursrechter doet geen uitspraken uitsluitend vanwege de principiële betekenis ervan. [3]
4. Bij beschikking van 4 april 2022 – dus voordat het beroep niet tijdig beslissen door eiseres was ingediend bij de rechtbank – heeft verweerder beslist op de aanvraag van eiseres om herbeoordeling van de kinderopvangtoeslag. De rechtbank stelt vast dat dit betekent dat alvorens eiseres beroep had ingesteld, bereikt was wat zij met het beroep beoogde te bereiken, namelijk dat alsnog een besluit wordt genomen. Eiseres heeft daarom geen belang bij deze procedure.
5. Het beroep is kennelijk niet-ontvankelijk.
6. Voor een proceskostenvergoeding bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep kennelijk niet-ontvankelijk
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 8 juli 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
2.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.
3.Dit volgt uit vaste rechtspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (Afdeling), zie bijvoorbeeld de uitspraak van 24 augustus 2005, ECLI:NL:RVS:2005:AU1396.