ECLI:NL:RBMNE:2025:3338
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Tussenuitspraak over motivering ingangsdatum duurzame arbeidsongeschiktheid
Eiser is sinds 3 september 2018 arbeidsongeschikt door een cardiale aandoening en ontving een WGA-uitkering tot 30 augustus 2022. Na een val op 23 januari 2021 met hersen- en fysiek letsel, meldde eiser een wijziging in zijn gezondheid. Het UWV besloot op 21 juli 2021 dat eiser volledig maar niet duurzaam arbeidsongeschikt was en op 9 april 2024 dat hij volledig en duurzaam arbeidsongeschikt was per 21 februari 2022.
Eiser betwist de ingangsdatum van de duurzame arbeidsongeschiktheid en stelt dat deze al per einde wachttijd (31 augustus 2020) had moeten gelden. Tevens klaagt hij over het ontbreken van een fysieke spreekuurafspraak en een hoorzitting in de bezwaarprocedure. De rechtbank oordeelt dat het UWV de eerdere beoordeling per 23 januari 2021 mag toetsen en dat het niet nodig is de fysieke spreekuurafspraak te beoordelen omdat dit niet onderdeel is van het bestreden besluit.
De rechtbank stelt dat het UWV voldoende heeft gemotiveerd dat per 31 augustus 2020 nog geen sprake was van duurzame arbeidsongeschiktheid, maar onvoldoende heeft toegelicht waarom dit per 23 januari 2021 niet het geval was. De rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep ontbeert een concrete en deugdelijke afweging van herstelkansen en effecten van behandelingen. De rechtbank geeft het UWV zes weken de tijd om dit gebrek te herstellen en houdt verdere beslissingen aan tot de einduitspraak.
Uitkomst: Het UWV krijgt zes weken de gelegenheid om de motivering over de ingangsdatum duurzame arbeidsongeschiktheid per 23 januari 2021 te herstellen.