Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
- een beroepschrift van 29 december 2024;
- een verweerschrift met als bijlagen een aanvullende rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van 29 januari 2025 en een aanvullende rapportage van de arbeidsdeskundige bezwaar en beroep van 4 februari 2025;
- een aanvullend beroepschrift van 22 april 2025 met als bijlage een uitslag echo knie/onderbeen links van 25 november 2021 van arts drs. [arts] ;
- een aanvullend verweerschrift van 6 mei 2025 met als bijlage een rapportage van de verzekeringsarts bezwaar en beroep van diezelfde datum.
niet geschikt.
De verzekeringsarts bezwaar en beroep heeft het dossier bestudeerd, is bij de hoorzitting in bezwaar aanwezig geweest, heeft eiser op het spreekuur van 5 november 2024 psychisch onderzocht en heeft de patiëntenkaart van de huisarts van 3 oktober 2023 en een brief van de huisarts van 7 augustus 2023 met journaalregels kenbaar bij de beoordeling betrokken. Eiser is door de verzekeringsarts bezwaar en beroep niet lichamelijk onderzocht, omdat zijn medische situatie anamnestisch en op basis van de beschikbare en overgelegde medische informatie voldoende duidelijk is geacht. In zijn rapportage van 13 november 2024 is de verzekeringsarts bezwaar en beroep ingegaan op de lichamelijke en psychische klachten van eiser. Ten aanzien van het functioneren van de achillespees heeft de verzekeringsarts bezwaar en beroep informatie berokken van chirurg van den Berg over hoe de operatie aan de achillespees van 27 juli 2020 is verlopen en van de huisarts die lichamelijk onderzoek heeft verricht aan de achillespees in juni 2023. Ten aanzien van de psychische klachten wordt betrokken het psychisch onderzoek dat in de primaire fase en in bezwaar heeft plaatsgevonden en ook de medische informatie van de huisarts opgesteld op 3 oktober 2023 en het dagverhaal van eiser.
ernstigedepressie. Ook hier geldt: dat een ander gewicht wordt toegekend aan de informatie dan wat eiser bepleit, leidt in dit geval niet tot onzorgvuldigheid. Gezien het oordeel van de rechtbank dat de beschikbare gegevens die betrekking hebben op de datum in geding zijn betrokken bij het onderzoek, is de rechtbank van oordeel dat het enkele feit dat het lichamelijk en psychisch onderzoek van de verzekeringsarts (bezwaar en beroep) ruim na datum in geding heeft plaatsgevonden op zichzelf onvoldoende is om het onderzoek onzorgvuldig te maken. Deze grond slaagt niet.
De rechtbank ziet geen aanleiding om te twijfelen aan de juistheid van de medische beoordeling op dit punt, omdat eiser niet met medische stukken heeft onderbouwd dat wel sprake is van medisch objectiveerbare klachten waarvoor verdergaande beperkingen moeten worden aangenomen. In het huisartsenjournaal staat weliswaar depressie bij de datum
24 februari 2022 zoals eiser noemt, maar daaruit kan niet worden afgeleid dat er meer beperkingen moeten worden aangenomen dan de verzekeringsarts bezwaar en beroep nu al heeft aangenomen.
- verklaart het beroep ongegrond;
- veroordeelt het Uwv in de proceskosten van eiser tot een bedrag van € 1.814,-;
- draagt het Uwv op het door eiser betaalde griffierecht van € 51,- te vergoeden.