Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: [verdachte]
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
3.VOORVRAGEN
4.VRIJSPRAAK
5.BESLAG
6.BENADEELDE PARTIJEN
7.BESLISSING
[benadeelde 3]niet-ontvankelijk in de vordering;
Rechtbank Midden-Nederland
Op 1 december 2023 werd nabij een woning in een Nederlandse plaats opzettelijk brand gesticht door het plaatsen en tot ontploffing brengen van een explosief bij de voordeur. Verdachte werd beschuldigd van deze brandstichting met mogelijk gevaar voor goederen en levensgevaar voor omwonenden.
Tijdens de openbare zitting op 17 juni 2025 werd het bewijs besproken, waaronder camerabeelden, forensisch onderzoek en telefoongegevens. Hoewel er aanwijzingen waren zoals een telefoongesprek met een medeverdachte, het gebruik van een gele plastic tas en telefoonverbindingen met een mast in de buurt, ontbrak het aan specifiek bewijs dat verdachte daadwerkelijk op de camerabeelden te zien was als dader.
De rechtbank oordeelde dat de verklaring van verdachte over zijn locatie en telefoongebruik geloofwaardig was en dat het bewijs onvoldoende was om wettig en overtuigend te bewijzen dat verdachte de brandstichter was. Daarom werd verdachte vrijgesproken. Daarnaast werd het beslag op zijn telefoon opgeheven en werden de benadeelde partijen niet-ontvankelijk verklaard in hun schadevorderingen.
De rechtbank constateerde tevens een overschrijding van de redelijke termijn van de strafzaak, maar kon hieraan geen consequenties verbinden vanwege de vrijspraak. Het geschorste bevel tot voorlopige hechtenis werd opgeheven.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens ontbreken van voldoende wettig en overtuigend bewijs.