Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 20 mei 2025 in de zaak tussen
[bedrijf 1] V.O.F., uit [vestigingsplaats] , eisers
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers, vennoten van twee horecabedrijven aan tegenoverliggende panden in een voetgangersgebied, maakten bezwaar tegen een last onder dwangsom opgelegd door de burgemeester van Utrecht. De last hield in dat het horecabedrijf niet geopend mag zijn zonder een leidinggevende die fysiek aanwezig is in het pand. Eisers voerden aan dat een leidinggevende wel aanwezig was, maar in het tegenoverliggende pand, en dat deze praktijk sinds 2002 werd gedoogd.
De rechtbank oordeelde dat de term 'horecabedrijf' in de Verordening horeca gemeente Utrecht ook de fysieke locatie betreft, waardoor de leidinggevende daadwerkelijk in het pand aanwezig moet zijn. De aanwezigheid in het tegenoverliggende pand voldeed niet aan het voorschrift. Daarnaast werd het beroep op het evenredigheidsbeginsel verworpen; de verplichting is noodzakelijk, geschikt en evenwichtig om de orde te handhaven.
De rechtbank stelde vast dat tijdens controles geen leidinggevende in het pand werd aangetroffen en dat overtredingen terecht waren vastgesteld. De last onder dwangsom en de invordering van verbeurde dwangsommen bleven van kracht. Eisers kregen geen vergoeding van griffierecht of proceskosten. Het beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep tegen de last onder dwangsom wegens het ontbreken van een leidinggevende in het horecabedrijf is ongegrond verklaard.