Uitspraak
1.De procedure
- de conclusie van antwoord en eis in reconventie met producties,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Rechtbank Midden-Nederland
De zaak betreft een geschil over de redelijkheid van de aanvangshuurprijs van een woning verhuurd van 1 oktober 2023 tot 9 oktober 2024. De huurder betwistte de huurprijs bij de Huurcommissie, die oordeelde dat de huurprijs niet redelijk was en stelde een lager bedrag vast. De verhuurder startte daarop een procedure bij de kantonrechter om de aanvangshuurprijs te bevestigen en wilde een later opgesteld energielabel mee laten wegen.
De kernvraag was of een energielabel dat na de aanvang van de huur is afgegeven, mag worden betrokken bij de puntentelling voor huurovereenkomsten met een ingangsdatum vóór de Wet Betaalbare Huur (1 juli 2024). De kantonrechter volgt de prejudiciële uitspraak van de Hoge Raad van 30 juni 2023, die toestaat dat een later opgesteld energielabel mag worden meegenomen als de feitelijke toestand van de woning gelijk is gebleven.
De kantonrechter stelt vast dat de oppervlaktebepaling van de Huurcommissie correct is en dat het energielabel E uit januari 2025 mag worden meegewogen, wat leidt tot een hogere puntentelling (142 punten). De huurder kon onvoldoende aantonen dat er bij aanvang gebreken waren die een lagere huurprijs rechtvaardigen. De vorderingen van de verhuurder worden daarom toegewezen en de huurder wordt veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: De kantonrechter bevestigt dat de aanvangshuurprijs redelijk is en dat het energielabel E mag worden meegewogen, waardoor de woning 142 punten heeft.