In deze kortgedingprocedure vordert de moeder vervangende toestemming om met haar twee minderjarige kinderen van 5 tot 23 augustus 2025 naar de hoofdstad van Eritrea te reizen. De vader weigert toestemming te geven vanwege het oranje reisadvies van het Nederlandse Ministerie van Buitenlandse Zaken, dat waarschuwt voor niet-noodzakelijke reizen naar die regio.
De voorzieningenrechter stelt vast dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat de moeder al op korte termijn wil vertrekken en de vader geen toestemming geeft. De belangenafweging weegt zwaar vanwege het oranje reisadvies, maar het belang van de kinderen om kennis te maken met hun land van herkomst en familie wordt als doorslaggevend beschouwd. De moeder heeft voldoende onderbouwd dat de risico's te overzien zijn en heeft een reisverzekering afgesloten die de reis dekt.
De rechter wijst de vordering toe, verklaart het vonnis uitvoerbaar bij voorraad en bepaalt dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt. De ondertoezichtstelling van de kinderen is geen reden om de reis te verbieden, aangezien deze vooral verband houdt met de ouderlijke verhoudingen. De moeder moet alles doen wat redelijkerwijs mogelijk is om de reis veilig te laten verlopen.