Op 10 juli 2024 heeft verdachte opzettelijk brand gesticht bij een woning, waarbij levensgevaar en gevaar voor zwaar lichamelijk letsel voor aanwezigen en omliggende woningen te duchten was. Verdachte bekende het feit en de rechtbank achtte het wettig en overtuigend bewezen.
Psychiatrisch onderzoek toonde aan dat verdachte leed aan een psychotische stoornis met een floride psychotisch toestandsbeeld ten tijde van het delict. De rechtbank oordeelde dat verdachte zeer sterk verminderd toerekeningsvatbaar was, omdat haar handelen grotendeels door de psychose werd bepaald, maar dat zij nog in enige mate in staat was tot afweging en het besef van wederrechtelijkheid.
Gezien de ernst van het feit, de psychische problematiek van verdachte, het blanco strafblad en het advies van deskundigen, besloot de rechtbank verdachte schuldig te verklaren zonder straf of maatregel op te leggen. Tevens werd een zorgmachtiging verleend zodat verdachte zo spoedig mogelijk klinische behandeling kan starten. De voorlopige hechtenis werd geschorst en opgeheven om dit mogelijk te maken.