Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 15 producties
- de mondelinge behandeling van 24 juni 2025, waarvan door de griffier aantekeningen zijn gemaakt
- de pleitnota’s van beide partijen.
Rechtbank Midden-Nederland
Eiseres woont met haar gezin in een woonwagen op een locatie binnen de gemeente en vordert in kort geding dat de gemeente de voorbereidende werkzaamheden voor de verplaatsing van het woonwagenkamp onmiddellijk staakt. De voorzieningenrechter stelt dat voor toewijzing in kort geding zowel spoedeisend belang als waarschijnlijkheid van succes in een bodemprocedure vereist zijn.
De rechter oordeelt dat geen sprake is van spoedeisend belang omdat de werkzaamheden nog geen onomkeerbare gevolgen hebben en eiseres nog de mogelijkheid heeft een bodemprocedure te starten. De gemeente voert momenteel alleen bouwrijpmaakwerkzaamheden uit die naar verwachting pas na de bouwvak worden afgerond. Er is geen concrete aanwijzing dat de woonwagens op korte termijn verplaatst zullen worden.
Eiseres stelt dat zij last heeft van trillingen die schade kunnen veroorzaken, maar zij heeft niet gesteld dat er al schade is. Dit vormt geen spoedeisend belang. De voorzieningenrechter komt daarom niet toe aan de beoordeling van de kans van slagen in een bodemprocedure.
De vordering wordt afgewezen en eiseres wordt veroordeeld in de proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad, zodat eiseres ook bij hoger beroep aan de veroordeling moet voldoen.
Uitkomst: De vordering tot staken van voorbereidende werkzaamheden wordt afgewezen wegens gebrek aan spoedeisend belang.