ECLI:NL:RBMNE:2025:3416
Rechtbank Midden-Nederland
- Beschikking
- Rechtspraak.nl
Ontslag op staande voet wegens weigering terug te keren naar kantoor in Nederland
Werknemer trad in maart 2021 in dienst als software engineer en vertrok in juni 2024 na vakantie naar Roemenië om voor zijn zieke moeder te zorgen. Ondanks onbetaald verlof en verzoeken van werkgever om terug te keren naar kantoor in Nederland, weigerde werknemer hardnekkig dit te doen en wilde uitsluitend op afstand vanuit Roemenië werken.
Werkgever stelde dat het beleid vereiste dat bankzitters ten minste twee dagen per week op kantoor moesten zijn, wat een redelijke opdracht vormde. Na meerdere waarschuwingen, loonstop en pogingen tot beëindiging met wederzijds goedvinden, ontsloeg werkgever werknemer op 5 februari 2025 op staande voet wegens hardnekkige weigering.
De kantonrechter oordeelde dat het ontslag rechtsgeldig en onverwijld was gegeven, dat werkgever voldoende rekening had gehouden met persoonlijke omstandigheden en dat werknemer onvoldoende had onderbouwd waarom terugkeer onmogelijk was. De vorderingen van werknemer tot vernietiging ontslag, wedertewerkstelling, loon en vergoedingen werden afgewezen.
De kantonrechter veroordeelde werknemer tot terugbetaling van onverschuldigd ontvangen loon en stelde dat werkgever terecht het loon had stopgezet. Proceskosten werden aan werknemer opgelegd. Het voorwaardelijk tegenverzoek tot ontbinding werd niet behandeld omdat het ontslag standhield.
Uitkomst: Werknemer is terecht op staande voet ontslagen wegens weigering terug te keren naar kantoor en moet onverschuldigd betaald loon terugbetalen.