ECLI:NL:RBMNE:2025:3433

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 juli 2025
Publicatiedatum
14 juli 2025
Zaaknummer
UTR 25/2039
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 7:1 AwbArt. 6:12 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep wegens eerdere procedure over uitblijven besluit kinderopvangtoeslag

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op haar bezwaar van 31 juli 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag. Verweerder heeft een verweerschrift ingediend waarin wordt gesteld dat eiseres al eerder een beroep had ingesteld tegen hetzelfde uitblijven van de beslissing.

De rechtbank heeft vastgesteld dat eiseres inderdaad op 16 januari 2025 een eerder beroep had ingediend dat ziet op hetzelfde besluit. De rechtbank verwijst in deze uitspraak naar de eerdere uitspraak van 28 mei 2025 (UTR 25/528).

Gezien het feit dat het beroep betrekking heeft op hetzelfde besluit en eiseres al eerder beroep heeft ingesteld, verklaart de rechtbank het huidige beroep niet-ontvankelijk. De rechtbank zal het beroep niet inhoudelijk behandelen en ziet geen aanleiding tot een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter I. Helmich en uitgesproken op 2 juli 2025 in Utrecht. Partijen zijn geïnformeerd over het recht om binnen zes weken een verzetschrift in te dienen tegen deze uitspraak.

Uitkomst: Het beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens eerdere procedure over hetzelfde besluit.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/2039

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 2 juli 2025 in de zaak tussen

[eiseres] , uit [plaats] (Curaçao), eiseres

(gemachtigde: mr. P.W.E. Ros),
en

Dienst Toeslagen, verweerder(gemachtigde: [gemachtigde] ).

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingesteld, omdat verweerder volgens haar niet op tijd heeft beslist op haar bezwaar van 31 juli 2024 tegen de definitieve beschikking compensatie kinderopvangtoeslag.
Verweerder heeft een verweerschrift ingediend.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. [1]
2. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. [2] Het beroepschrift kan worden ingediend zodra het bestuursorgaan in gebreke is om op tijd een besluit te nemen en twee weken zijn verstreken nadat een schriftelijke ingebrekestelling door het bestuursorgaan is ontvangen. [3]
3. Eiseres heeft bij de brief van 21 februari 2025 beroep ingesteld, omdat zij stelt dat verweerder niet tijdig een beslissing op haar bezwaar heeft genomen.
4. Verweerder stelt in het verweerschrift van 24 maart 2025 dat eiseres eerder een beroep heeft ingesteld tegen van het uitblijven van dezelfde beslissing als waar dit beroep op ziet. Verweerder verzoekt om de behandeling van beide zaken ter behandeling te voegen, en slechts één keer de dwangsom en de proceskostenvergoeding toe te kennen.
5. De rechtbank stelt vast dat eiseres al eerder beroep heeft ingesteld vanwege het uitblijven van de beslissing op haar bezwaar door verweerder. Het eerdere beroep heeft zij bij brief van 16 januari 2025 ingediend. De rechtbank verwijst in deze uitspraak dan ook naar de eerdere uitspraak van 28 mei 2025 (UTR 25/528).
6. Het beroep is niet-ontvankelijk, omdat eiseres al eerder een beroep heeft ingesteld dat ziet op het uitblijven van hetzelfde besluit. Dit betekent dat de rechtbank het beroep tegen het niet tijdig beslissen niet inhoudelijk zal beoordelen.
7. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. I. Helmich, rechter, in aanwezigheid van I. van Ittersum, griffier. De uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 2 juli 2025.
de griffier is verhinderd deze uitspraak
te ondertekenen
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?Als u het niet eens bent met deze uitspraak, kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum hierboven. Als u graag een zitting wilt waarin u uw verzetschrift kunt toelichten, kunt u dit in uw verzetschrift vermelden.

Voetnoten

1.Artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2.Artikel 6:2, aanhef en onder b, in samenhang met artikel 7:1, eerste lid, aanhef en onder f, van de Awb.
3.Artikel 6:12, tweede lid, van de Awb.