Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de e-mail van [gedaagde] van 23 juni 2025
Rechtbank Midden-Nederland
In deze civiele zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 23 juli 2025 een tussentijds oordeel gegeven over de begroting van het voorschot voor de kosten van een door de rechtbank benoemde deskundige, ir. J.P. van der Stoel. De deskundige had een kostenopgave ingediend van €11.970 exclusief BTW, gebaseerd op een inschatting van 84 uur werk.
Gedaagde maakte bezwaar tegen deze begroting en stelde dat de benodigde uren aanzienlijk lager zouden zijn, namelijk circa 40 uur, gezien de beperkte opdracht die alleen betrekking heeft op de schokvriesinstallatie. Tevens stelde gedaagde voor om een voorschot te betalen dat past bij 40 uur, met een aanvullende betaling indien meer uren noodzakelijk blijken.
De rechtbank verwierp het bezwaar van gedaagde. De deskundige had zijn begroting voldoende onderbouwd, met een toelichting dat het maximale aantal uren was begroot en dat hij de daadwerkelijk bestede uren zou bijhouden en declareren. Ook oordeelde de rechtbank dat het verschil met een andere deskundige, die een andere opdracht en discipline had, niet relevant was. De rechtbank stelde het voorschot daarom vast op €14.483,70 inclusief BTW.
De rechtbank hield iedere verdere beslissing aan en sprak het vonnis in het openbaar uit. Dit oordeel betreft een tussentijds besluit in de civiele procedure en is gericht op de kostenbegroting van de deskundige.
Uitkomst: De rechtbank stelt het voorschot op de kosten van de deskundige vast op €14.483,70 inclusief BTW en wijst het bezwaar van gedaagde af.