ECLI:NL:RBMNE:2025:3472

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 juli 2025
Publicatiedatum
15 juli 2025
Zaaknummer
541870
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Tussenuitspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Oordeel rechtbank over begroting voorschot deskundige in civiele procedure

In deze civiele zaak heeft de rechtbank Midden-Nederland op 23 juli 2025 een tussentijds oordeel gegeven over de begroting van het voorschot voor de kosten van een door de rechtbank benoemde deskundige, ir. J.P. van der Stoel. De deskundige had een kostenopgave ingediend van €11.970 exclusief BTW, gebaseerd op een inschatting van 84 uur werk.

Gedaagde maakte bezwaar tegen deze begroting en stelde dat de benodigde uren aanzienlijk lager zouden zijn, namelijk circa 40 uur, gezien de beperkte opdracht die alleen betrekking heeft op de schokvriesinstallatie. Tevens stelde gedaagde voor om een voorschot te betalen dat past bij 40 uur, met een aanvullende betaling indien meer uren noodzakelijk blijken.

De rechtbank verwierp het bezwaar van gedaagde. De deskundige had zijn begroting voldoende onderbouwd, met een toelichting dat het maximale aantal uren was begroot en dat hij de daadwerkelijk bestede uren zou bijhouden en declareren. Ook oordeelde de rechtbank dat het verschil met een andere deskundige, die een andere opdracht en discipline had, niet relevant was. De rechtbank stelde het voorschot daarom vast op €14.483,70 inclusief BTW.

De rechtbank hield iedere verdere beslissing aan en sprak het vonnis in het openbaar uit. Dit oordeel betreft een tussentijds besluit in de civiele procedure en is gericht op de kostenbegroting van de deskundige.

Uitkomst: De rechtbank stelt het voorschot op de kosten van de deskundige vast op €14.483,70 inclusief BTW en wijst het bezwaar van gedaagde af.

Uitspraak

RECHTBANK Midden-Nederland

Civiel recht
Zittingsplaats Utrecht
Zaaknummer: C/16/541870 / HA ZA 22-394
Vonnis van 23 juli 2025
in de zaak van
[eiseres] B.V.,
te [vestigingsplaats] ,
eisende partij,
hierna te noemen: [eiseres] ,
advocaat: mr. H. de Groen,
tegen
[gedaagde] B.V.,
te [woonplaats] ,
gedaagde partij,
hierna te noemen: [gedaagde] ,
advocaat: mr. D. Coskun LLM..

1.De procedure

1.1.
Het verloop van de procedure blijkt uit:
- het tussenvonnis van 4 juni 2025
- het bericht van deskundige ir. J.P. van der Stoel met zijn offerte van 13 juni 2025
- de e-mail van [gedaagde] van 23 juni 2025
- de e-mail van deskundige ir. J.P. van der Stoel met zijn offerte van 23 juni 2025
1.2.
Ten slotte is vonnis bepaald.

2.De verdere beoordeling

2.1.
In het vonnis van 4 juni 2025 heeft de rechtbank de heer ir. J.P. van der Stoel (hierna: Van der Stoel) benoemd tot deskundige. Naar aanleiding hiervan heeft Van der Stoel een kostenopgave voor zijn werkzaamheden ingediend bij de rechtbank en aan partijen gestuurd. Van der Stoel heeft de kosten voor het onderzoek begroot op € 11.970,00 exclusief BTW. Het aantal uren daarbij is ingeschat op 84 uren.
2.2.
De rechtbank heeft partijen vervolgens in de gelegenheid gesteld om op deze kostenopgave te reageren. [gedaagde] heeft op 23 juni 2025 bezwaar gemaakt tegen de kostenopgave. Van [eiseres] heeft de rechtbank geen reactie ontvangen.
2.3.
[gedaagde] merkt op dat de begroting van de kosten van Van der Stoel aanzienlijk hoger is dan de door de andere deskundige, de heer O.R. de Vries (hierna: De Vries), begrote kosten en dat Van der Stoel in zijn begroting uit lijkt te gaan van de maximale te besteden uren. [gedaagde] stelt zich op het standpunt dat het aannemelijker is dat de deskundige 40 uur in plaats van de door de deskundige begrote 84 uur nodig heeft voor deze opdracht. De opdracht voor de deskundige is immers beperkt gelet op het feit dat de opdracht alleen ziet op de schokvriesinstallatie en gelet op de instructies van de rechtbank in het tussenvonnis van 4 juni 2025. [gedaagde] stelt daarom voor om voor nu een voorschot te betalen passend bij 40 uur en eventueel een aanvullend bedrag te betalen als achteraf blijkt dat meer uren noodzakelijk zijn, mits een duidelijke urenverantwoording wordt overgelegd.
2.4.
De rechtbank gaat voorbij aan het bezwaar van [gedaagde] . Van der Stoel heeft zijn begroting voldoende onderbouwd. Met de toelichting dat hij het maximale aantal uren heeft begroot, het aantal uren dat hij werkt in de zaak zal bijhouden en uiteindelijk op basis daarvan zal declareren, is deze begroting voldoende onderbouwd. De declaratie zal immers in beginsel lager zijn dan het voorschot. Daar komt bij dat het niet eenvoudig was om een deskundige te vinden die past bij dit geschil en de voorliggende vraag. Dat De Vries minder uren heeft begroot doet hier onvoldoende aan af. De Vries heeft immers een andere opdracht binnen een andere discipline. De rechtbank zal de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige daarom vaststellen op € 14.483,70 inclusief BTW.
2.5.
Iedere verdere beslissing wordt aangehouden.

3.De beslissing

De rechtbank
3.1.
stelt de hoogte van het voorschot op de kosten van de deskundige vast op € 14.483,70 inclusief BTW,
3.2.
houdt iedere verdere beslissing aan.
Dit vonnis is gewezen door mr. A.A.T. van Rens en in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025.
LMT 5629