ECLI:NL:RBMNE:2025:348
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen machtiging tot binnentreden woning
Verzoekers hebben een voorlopige voorziening gevraagd tegen de machtiging tot binnentreden woning die de burgemeester van Almere op 21 november 2024 heeft afgegeven. Zij wilden hiermee hun woon- en bedrijfsadres beschermen tegen verdere ongefundeerde beschuldigingen en inbreuken.
De voorzieningenrechter beoordeelde dat op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht alleen een voorlopige voorziening kan worden getroffen indien onverwijlde spoed aanwezig is. In dit geval was de machtiging geldig op 21 november 2024 en de drie daaropvolgende dagen, maar het verzoek werd pas op 25 november 2024 ingediend, toen de machtiging niet meer van kracht was.
Daarom ontbrak het aan een spoedeisend belang en was het verzoek kennelijk ongegrond. De voorzieningenrechter vond dat een zitting niet nodig was en wees het verzoek af. Het college hoeft geen proceskosten of griffierecht te vergoeden. De uitspraak werd op 28 januari 2025 in het openbaar gedaan door de voorzieningenrechter S.C.A. van Kuijeren.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens ontbreken van spoedeisend belang.