ECLI:NL:RBMNE:2025:3516
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Toewijzing voorlopige voorziening voor exploitatie garagebedrijf ondanks vergunningweigering
Verzoekster exploiteert een garagebedrijf waarvoor zij een exploitatievergunning heeft aangevraagd, maar de burgemeester heeft deze aanvraag afgewezen op grond van vermeende feitelijke exploitatie door een ander, slecht levensgedrag van die persoon en het gevaar van strafbare feiten. Verzoekster heeft tegen deze afwijzing beroep ingesteld en een voorlopige voorziening gevraagd om haar bedrijf open te houden tijdens de procedure.
De voorzieningenrechter beoordeelt dat verzoekster een spoedeisend belang heeft vanwege de sluiting van het bedrijfspand, vaste lasten, het verlies van klanten en het ontbreken van geschikte vervangende bedrijfsruimte. Hoewel het beroep nog niet volledig is onderbouwd, weegt de rechter de belangen af en oordeelt dat het belang van verzoekster zwaarder weegt dan dat van de burgemeester.
Daarom wordt de voorlopige voorziening toegewezen en wordt verzoekster behandeld alsof zij in het bezit is van de vergunning tot drie weken na de beslissing op het beroep. Tevens wordt de burgemeester veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten. De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter J.H. Lange op 15 juli 2025.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt toegewezen zodat verzoekster haar garagebedrijf kan voortzetten tijdens de beroepsprocedure.