ECLI:NL:RBMNE:2025:3517

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
30 juni 2025
Publicatiedatum
16 juli 2025
Zaaknummer
UTR 25/3850
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing voorlopige voorziening tegen woningsluiting wegens hennepkwekerij

Op 19 juni 2025 heeft de burgemeester besloten de woning van verzoekster te sluiten voor drie maanden vanwege de vondst van een hennepkwekerij met meer dan 10 kg henneptoppen en 276 bloempotten. Verzoekster maakte bezwaar en vroeg om een voorlopige voorziening.

De voorzieningenrechter behandelde het verzoek op 30 juni 2025 en concludeerde dat het bezwaar weinig kans van slagen heeft en het besluit in stand kan blijven. De vondst van de hennepkwekerij en de ernst van de situatie zijn voldoende onderbouwd met politie- en gemeentelijke rapportages.

Verzoekster voerde onder meer aan dat de inspecteur de woning betrad onder een ander voorwendsel en dat het aantal bloempotten niet klopte, maar deze bezwaren werden niet gegrond verklaard. De burgemeester heeft het besluit gemotiveerd met het voorkomen van criminele bekendheid en herhaling.

De tijdelijke sluiting van drie maanden wordt als evenwichtig beoordeeld, mede omdat verzoekster voldoende tijd had om vervangende woonruimte te zoeken voor zichzelf en haar 15-jarige zoon, wat zij niet heeft gedaan. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt daarom afgewezen.

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de woningsluiting wordt afgewezen en de sluiting blijft van kracht.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 25/3850
proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van 30 juni 2025 op het verzoek om voorlopige voorziening in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster

(gemachtigde: mr. M.J. Schimmel),
en

de burgemeester van de gemeente Lelystad, verweerder

(gemachtigde: mr. L.E. Janszen).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 19 juni 2025 heeft de burgemeester gelast om de woning aan de [adres] in [plaats] te sluiten voor de duur van drie maanden
.Verzoekster heeft hiertegen bezwaar gemaakt en de voorzieningenrechter gevraagd om een voorlopige voorziening te treffen.
2. De voorzieningenrechter heeft het verzoek op 30 juni 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoekster, de gemachtigde van verzoekster en de gemachtigde van de burgemeester.
3. Na afloop van de behandeling van de zaak op de zitting heeft de voorzieningenrechter gelijk uitspraak gedaan.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om voorlopige voorziening af.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

4. Bij een verzoek om voorlopige voorziening tijdens een bezwaarprocedure beoordeelt de voorzieningenrechter of het bezwaar redelijke kans van slagen heeft en of het bestreden besluit in stand kan blijven. De voorzieningenrechter komt tot de conclusie dat het bestreden besluit in stand kan blijven, waardoor er minder ruimte is voor een belangenafweging.
5. De aanleiding voor de woningsluiting is dat de politie op 12 mei 2025 een geruimde hennepkwekerij in de huurwoning van verzoekster aan de [adres] in [plaats] (de woning) heeft aangetroffen. Uit het hennepinformatiebericht van de politie dat aan de burgemeester is gestuurd blijkt dat er 276 lege bloempotten zijn aangetroffen en meer dan 10 kg henneptoppen. Ook waren er indicatoren aanwezig voor het beroeps- of bedrijfsmatig telen van hennep, zoals belichting en een bevloeiingssysteem. Ook heeft een inspecteur van de gemeente Lelystad op 12 mei 2025 een controle uitgevoerd in de woning, waarvan op 19 mei 2025 een rapportage is opgesteld.
6. Verzoekster heeft aangevoerd dat de inspecteur van de gemeente Lelystad de woning is binnengekomen zonder dat het doel goed is aangegeven aan verzoekster. De inspecteur heeft namelijk aangegeven dat hij een controle kwam uitvoeren in het kader van brandveiligheid. De voorzieningenrechter ziet in het besluit niet terug dat de controle van de inspecteur de grondslag is voor de woningsluiting. Daarnaast is de voorzieningenrechter van mening dat verzoekster niet is voorgelogen door de inspecteur. De controle op brandveiligheid had te maken met de vondst van de hennepkwekerij. Dat volgt uit de rapportage van de inspecteur. Het lag ook voor de hand dat de inspecteur kwam voor de kwekerij, omdat de politie de geruimde kwekerij op dezelfde dag had aangetroffen.
7. Ook is aangevoerd dat er geen 276 bloempotten konden staan in de woning. De voorzieningenrechter stelt voorop dat de burgemeester uit mag gaan van de gegevens die zijn opgenomen in het hennepinformatiebericht van de politie. Verzoekster heeft gewezen op de foto’s van het rapport van de inspecteur van de gemeente, waaruit volgt dat er minder potten aanwezig zouden zijn. Hiermee is niet aangetoond dat er daadwerkelijk minder potten waren, waardoor het hennepinformatiebericht van de politie niet onderuit is gehaald. Overigens is het ook zonder 276 bloempotten duidelijk dat sprake was van een grote hoeveelheid hennep en een ernstige situatie.
8. De burgemeester heeft toegelicht dat de woning wordt gesloten vanwege bekendheid van de woning in het criminele circuit. De burgemeester wil deze bekendheid wegnemen en herhaling voorkomen. Ook is toegelicht dat er meer druggerelateerde overtredingen hebben plaatsgevonden in de omgeving van de woning. De voorzieningenrechter is voorlopig van oordeel dat met deze motivering voldoende is toegelicht dat de sluiting van de woning een geschikt middel is om het doel te bereiken.
9. Ook is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat gezien de omvang van wat is aangetroffen andere maatregelen niet voor de hand liggen. Dat geen sprake is van aanloop van klanten of klachten van buren, geeft hiervoor niet de doorslag. Hierbij is ook de signaalfunctie voor de kwetsbare wijk van belang. Op dit moment is de noodzaak voldoende gemotiveerd. De burgemeester kan in de te nemen beslissing op bezwaar hierover een nadere onderbouwing geven.
10. Verder is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat de woningsluiting evenwichtig is. Het gaat om een tijdelijke sluiting van drie maanden. De voorzieningenrechter heeft geen aanleiding gezien voor de conclusie dat verzoekster daarna niet terug zou kunnen terugkeren in de woning. Gelet op het Damoclesbeleid van de gemeente Lelystad had de woning ook langer gesloten kunnen worden. Daarin ziet de voorzieningenrechter dat er, anders dan verzoekster heeft gesteld, maatwerk is toegepast. Verzoekster moet met haar vijftienjarige zoon de woning uit. In dat verband heeft verzoekster gewezen op de zorgplicht van de burgemeester. Daartegenover staat ook de eigen verantwoordelijkheid van verzoekster. Verzoekster moet als moeder ervoor zorgen dat zij met haar zoon onderdak heeft. Sinds het voornemen, een maand voordat het besluit is genomen, is verzoekster ermee bekend geworden dat de woning gesloten zou kunnen worden. Verzoekster had dus al een maand de tijd gehad om een vervangende woonruimte te zoeken. Op de zitting heeft verzoekster gezegd dat zij nog geen acties heeft ondernomen om vervangende woonruimte te zoeken. Verzoekster had gebruik kunnen maken van de opties die de burgemeester in het voornemen heeft genoemd: crisisopvang, haar eigen koopwoning (die zij verhuurt aan kennissen) en familie. Het allerminste wat verzoekster had kunnen doen is contact opnemen met crisisopvang. Het is aan verzoekster om aan te tonen dat er geen mogelijkheden zijn voor een vervangende woonruimte, dan is de burgemeester weer aan zet. Dit heeft zij niet gedaan.
11. Tot slot is de voorzieningenrechter voorlopig van oordeel dat de begunstigingstermijn van vier dagen niet te kort is, aangezien het besluit een maand na het voornomen is genomen. In die tijd had verzoekster dus al kunnen zoeken naar vervangende woonruimte.

Conclusie en gevolgen

12. De voorzieningenrechter wijst het verzoek af. Dat betekent dat de sluiting overeind blijft. Voor vergoeding van het griffierecht of een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
13. Partijen zijn erop gewezen dat tegen deze mondelinge uitspraak geen hoger beroep of verzet openstaat.
Deze uitspraak is uitgesproken in het openbaar op 30 juni 2025 door mr. M. van der Knijff, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. A. Wilpstra-Foppen, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.