Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 18 juli 2025 in de zaak tussen
[eiseres sub 1],
[eiser sub 2],
3.
[eiser sub 3],
allen uit [plaats] , eisers
Rechtbank Midden-Nederland
Eisers hebben bezwaar gemaakt tegen een legesaanslag van €33.960,35 opgelegd door de heffingsambtenaar van de gemeente Stichtse Vecht voor de behandeling van een aanvraag omgevingsvergunning.
Eén eiser heeft het beroep niet-ontvankelijk verklaard gekregen omdat zij geen bezwaar had gemaakt tegen het besluit en de aanslag niet op de B.V. maar op een persoon was gericht. De andere eisers voerden aan dat de bevoegdheid tot invordering van leges was verjaard, omdat de aanslag na vijf jaar werd opgelegd, en dat de Legesverordening 2017 buiten toepassing moest worden gelaten wegens overschrijding van het kostendekkingsbeginsel.
De rechtbank oordeelde dat de betalingsverplichting pas ontstaat bij bekendmaking van de legesaanslag en dat de verjaringstermijn pas vanaf dat moment loopt, waardoor de bevoegdheid niet was verjaard. Tevens was er onvoldoende onderbouwing dat de opbrengstlimiet van de Legesverordening was overschreden, zodat deze niet buiten toepassing werd gelaten.
Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, de legesaanslag bleef in stand en eisers moesten aan de betalingsverplichting voldoen. Een verzoek tot aanhouding werd afgewezen. Eisers kregen geen griffierecht of proceskostenvergoeding terug.
Uitkomst: Het beroep van één eiser is niet-ontvankelijk verklaard en het beroep van de andere eisers ongegrond, waardoor de legesaanslag in stand blijft.