ECLI:NL:RBMNE:2025:3588
Rechtbank Midden-Nederland
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen weigering VOG voor taxichauffeurskaart
Verzoeker heeft een voorlopige voorziening gevraagd tegen de afwijzing van zijn aanvraag voor een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) voor een taxichauffeurskaart. De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid had de aanvraag geweigerd vanwege recente verkeersovertredingen, waaronder twee snelheidsovertredingen tijdens een proeftijd, en een beleidssepot voor het verrichten van taxivervoer zonder vergunning.
De voorzieningenrechter oordeelt dat er sprake is van een spoedeisend belang omdat verzoeker zijn werkzaamheden niet kan uitvoeren en daardoor financiële gevolgen ondervindt. Het objectieve criterium, dat de staatssecretaris toepast om te beoordelen of justitiële gegevens een risico vormen voor de samenleving, wordt niet betwist. Verzoeker betoogt dat zijn overtredingen relatief licht zijn, hij spijt heeft betoond en gedragsverbetering heeft getoond.
Desondanks stelt de voorzieningenrechter vast dat de staatssecretaris terecht heeft geoordeeld dat het subjectieve criterium niet leidt tot afgifte van de VOG. De recente verkeersovertredingen en de proeftijd zijn zwaarwegende factoren. De persoonlijke omstandigheden en financiële belangen van verzoeker wegen minder zwaar dan het belang van de verkeersveiligheid. Het bezwaar heeft geen redelijke kans van slagen en het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de weigering van de VOG wordt afgewezen.