AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekking en ontbreken beroepsgronden tegen besluit
Eiser heeft op 19 maart 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag bij het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik.
Op 21 mei 2024 heeft het college alsnog een besluit genomen. Op grond van artikel 6:19 AwbPro is het beroep van rechtswege ook gericht tegen dit besluit. De rechtbank heeft eiser meerdere malen verzocht om aan te geven of hij het eens was met het genomen besluit of beroepsgronden wilde aanvoeren.
Eiser heeft niet gereageerd en heeft geen beroepsgronden ingediend tegen het besluit. Hierdoor is het beroep tegen het besluit niet-ontvankelijk. Tevens is het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk omdat eiser geen belang meer heeft nu het besluit is genomen.
De rechtbank verklaart het beroep tegen beide aspecten niet-ontvankelijk en bepaalt dat het college het griffierecht aan eiser moet vergoeden. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit en het alsnog genomen besluit wordt niet-ontvankelijk verklaard en het griffierecht wordt aan eiser vergoed.
Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/1953
uitspraak van de enkelvoudige kamer van 16 juli 2025 in de zaak tussen
[eiser] , uit [plaats] , eiser
en
het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Lopik.
Inleiding
1. Eiser is op 19 maart 2024 in beroep gegaan tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn aanvraag.
2. Op 21 mei 2024 heeft verweerder alsnog een besluit genomen op eisers aanvraag.
3. Op grond van artikel 6:19 vanPro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) is het beroep van rechtswege ook gericht tegen het besluit dat verweerder alsnog heeft genomen.
4. Omdat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is, doet de rechtbank uitspraak zonder zitting. Artikel 8:54 vanPro de Awb maakt dat mogelijk.
Beoordeling door de rechtbank
5. De rechtbank komt tot het oordeel dat het beroep kennelijk niet-ontvankelijk is. De rechtbank legt hierna uit hoe zij tot dit oordeel komt.
6. Tegen het niet tijdig nemen van een besluit kan beroep worden ingesteld. Dat is wat eiser heeft gedaan. Inmiddels heeft verweerder wel een besluit genomen. Het beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit is daarom kennelijk niet-ontvankelijk. Eiser wilde met zijn beroep bereiken dat verweerder zou beslissen op zijn aanvraag. Omdat verweerder heeft beslist, heeft eiser nu geen belang meer bij de beoordeling van zijn beroep tegen het niet tijdig nemen van een besluit. Dit belang kan ook niet gelegen zijn in het ontvangen van een bestuurlijke dwangsom, omdat dit niet mogelijk is bij verzoeken in het kader van de Wet open overheid. Eiser heeft daarom geen procesbelang meer.
7. Op grond van artikel 6:19 vanPro de Awb is het beroep van rechtswege ook gericht tegen het besluit dat verweerder alsnog heeft genomen. De rechtbank heeft daarom in brieven van 31 mei 2024, 9 september 2024, 20 februari 2025 en 12 maart 2025 aan eiser verzocht of hij aan de rechtbank wil laten weten of hij het eens is met het alsnog genomen besluit en het beroep intrekt, dan wel dat hij uitlegt waarom hij het niet eens is met het alsnog genomen besluit. Eiser heeft hierop niet gereageerd. Omdat eiser geen beroepsgronden heeft ingediend tegen het genomen besluit, is zijn beroep tegen dat besluit ook niet-ontvankelijk. Dat betekent dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk beoordeelt.
8. Omdat eiser het beroep gericht tegen het niet tijdig nemen van een besluit terecht heeft ingesteld, moet het college het griffierecht aan eiser vergoeden. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Beslissing
De rechtbank:
- verklaart het beroep inzake het niet tijdig nemen van een besluit niet-ontvankelijk;
- verklaart het beroep tegen het besluit van 21 mei 2024 niet-ontvankelijk; en
- bepaalt dat het college het griffierecht van € 187,- aan eiser moet vergoeden.
Deze uitspraak is gedaan door mr. M. van der Knijff, rechter, in aanwezigheid van mr.L.S. Lodder, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 16 juli 2025.
De griffier is verhinderd deze
rechter
uitspraak te ondertekenen.
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.