Uitspraak
RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
hierna te noemen: verdachte.
1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING
2.TENLASTELEGGING
op 11 oktober 2023 in Naarden, als bestuurder van een auto, gevaar of hinder op de weg heeft veroorzaakt.
3.VOORVRAGEN
4.WAARDERING VAN HET BEWIJS
proces-verbaal verkeersongevalsanalyse, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor getuige, houdende de verklaring van getuige [getuige 1] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van verhoor getuige, houdende de verklaring van getuige [getuige 2] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
proces-verbaal van bevindingen, voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
[adres] te Huizen, camerabeelden. Op de camerabeelden is het volgende te zien:
proces-verbaal van verhoor slachtoffer, houdende de verklaring van het slachtoffer [slachtoffer] , onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
A: Ik denk dat dit nog 1 jaar gaat duren. [6]
verklaring van verdachte, afgelegd ter terechtzitting van 29 januari 2025, onder meer inhoudende, zakelijk weergegeven:
bescheidvan de RDW (Dienst Wegverkeer), voor zover inhoudende, zakelijk weergegeven:
Im drifting rn). [8] Kennelijk stond het ‘driften’ voor verdachte die avond centraal.
5.BEWEZENVERKLARING
6.STRAFBAARHEID VAN HET FEIT
7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE
8.OPLEGGING VAN STRAF
9.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN
- 9, 14a, 14b, 14c, 22c en 22d van het Wetboek van Strafrecht en
- 6, 175 en 179 van de Wegenverkeerswet 1994,
10.BESLISSING
- verklaart het bewezenverklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
- verklaart verdachte strafbaar;
- veroordeelt verdachte tot een
- beveelt dat voor het geval de verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 (honderdtwintig) dagen hechtenis;
- veroordeelt verdachte tot een
- bepaalt dat de gevangenisstraf
- stelt daarbij een
- stelt als algemene voorwaarde dat verdachte zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- ontzegtverdachte de
bevoegdheid motorrijtuigen te besturenvoor de duur van
3 (drie) jaren; - bepaalt dat een gedeelte van de bijkomende straf van ontzegging van de bevoegdheid motorrijtuigen te besturen, te weten 1 (één) jaar, niet ten uitvoer zal worden gelegd, tenzij de rechter later anders gelast op grond van het feit dat verdachte zich voor het einde van na te melden proeftijd schuldig maakt aan een strafbaar feit;
- stelt daarbij een proeftijd van 2 (twee) jaren vast.