ECLI:NL:RBMNE:2025:38

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
2 januari 2025
Publicatiedatum
8 januari 2025
Zaaknummer
UTR 24/7306
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:81 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening tegen omgevingsvergunning voor bijgebouw met zonnepanelen

In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de voorzieningenrechter op 2 januari 2025 een mondelinge uitspraak gedaan over het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijgebouw met zonnepanelen.

De voorzieningenrechter overweegt dat een voorlopige voorziening alleen kan worden getroffen bij onverwijlde spoed, welke in dit geval ontbreekt. Het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort is voornemens om voor eind januari 2025 te beslissen op de ingediende bezwaren van verzoekster. Daarnaast mag vergunninghouder niet starten met werkzaamheden, zoals het storten van een fundering, voordat aan alle voorschriften is voldaan en de vergunning onherroepelijk is.

De vergunninghouder heeft recent een aanvraag gedaan voor het kappen van een boom, waarvan de behandeling enkele weken zal duren. Ook geldt een uitgestelde inwerkingtredingstermijn van vier weken na vergunningverlening. Hierdoor kan vergunninghouder naar verwachting pas medio februari 2025 met de werkzaamheden beginnen.

Gezien deze omstandigheden is er geen spoedeisend belang dat een voorlopige voorziening rechtvaardigt. Daarom wijst de voorzieningenrechter het verzoek af. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep open.

Uitkomst: Het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen wegens het ontbreken van onverwijlde spoed.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND
Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/7306

proces-verbaal van de mondelinge uitspraak van de voorzieningenrechter van

2 januari 2025 in de zaak tussen

[verzoekster] , uit [plaats] , verzoekster(gemachtigde: mr. I.R. Keetell)

en

het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Amersfoort

(gemachtigde: mr. drs. H. Maaijen).
Als derde-partij neemt aan de zaak deel:
[vergunninghouder]uit [plaats] (vergunninghouder).
(gemachtigde: G. Brunssum).

Inleiding

In deze zaak heeft de voorzieningenrechter een mondelinge uitspraak gedaan, direct nadat de zaak is behandeld op de zitting van 2 januari 2025. Dit proces-verbaal is de schriftelijke uitwerking van de mondelinge uitspraak.
Bij de zitting waren verzoekster en haar echtgenoot, de gemachtigde van verzoekster, de gemachtigde van het college en de vergunninghouder met zijn gemachtigde aanwezig.
De voorzieningenrechter heeft hen laten weten dat er geen hoger beroep open staat tegen deze uitspraak.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.

Motivering van de beslissing

1. In deze uitspraak beslist de voorzieningenrechter op het verzoek om een voorlopige voorziening van verzoekster tegen de op 3 oktober 2024 aan vergunninghouder verleende omgevingsvergunning voor het bouwen van een bijgebouw met zonnepanelen op het adres [adres] in [plaats] .
2. De voorzieningenrechter treft alleen een voorlopige voorziening als “onverwijlde spoed” dat vereist. [1] Naar het oordeel van de voorzieningenrechter is daar nu geen sprake van.
3. Aan de omgevingsvergunning zijn meerdere voorschriften verbonden. Het vierde voorschrift luidt:

De in de Boom Effect Analyse voorgestelde maatregelen voor het behoud van de 6 bomen dienen te worden opgevolgd en de te kappen boom op eigen terrein dient gecompenseerd te worden door het aanplanten van een nieuwe boom. Er zijn 3 bomen die zonder maatregelen kunnen worden behouden. Voor de te kappen boom dient afzonderlijk nog een kapvergunning aangevraagd te worden, het kappen van deze boom mag niet voordat hier een vergunning voor is afgegeven en deze onherroepelijk is.”
4. Op de zitting is met partijen gesproken over de verleende omgevingsvergunning, de bezwaarprocedure en de plannen van vergunninghouder op het perceel.
Gemachtigde van het college heeft op de zitting toegelicht dat op 16 december 2024 de hoorzitting heeft plaatsgevonden en dat het college voornemens is voor eind januari 2025 te beslissen op de bezwaren van verzoekster. Ook heeft gemachtigde toegelicht dat vergunninghouder recent een vergunning heeft aangevraagd voor het kappen van de boom op zijn perceel (boom 7: de taxus). Naar verwachting zal de behandeling van die aanvraag circa twee tot drie weken duren. In het geval de vergunning wordt verleend, geldt nog een termijn van 4 weken waarbinnen de vergunninghouder niet mag kappen vanwege de uitgestelde inwerkingtreding. Wat betreft het vereiste in het vierde voorschrift dat de vergunning ook onherroepelijk moet zijn, heeft gemachtigde van het college toegelicht dat dat onjuist is en zal worden hersteld bij de beslissing op bezwaar in die zin dat pas gekapt kan worden na inwerkingtreding van de vergunning. De gemachtigde van het college heeft nader toegelicht dat er voordat aan het vierde voorschrift voldaan is, niets mag gebeuren ter uitvoering van de omgevingsvergunning, dus ook bijvoorbeeld niet het storten van een fundering.
5. Al met al betekent dit dat in ieder geval voor medio februari 2025 vergunninghouder helemaal niets kan doen, dus ook niet kan starten met de fundering. Aangezien voor die tijd het college de beslissing op bezwaar zal hebben genomen, is er op dit moment geen voorziening die de voorzieningenrechter kan treffen in de periode tot aan de beslissing op bezwaar.
6. De conclusie is daarom dat er nu geen enkel spoedeisend belang is. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.
Deze uitspraak is in het openbaar uitgesproken op 2 januari 2025 door
mr. Y.N.M. Rijlaarsdam, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van mr. M.S.D. de Weerd, griffier.
griffier
voorzieningenrechter
Een afschrift van dit proces-verbaal is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 8:81, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).