ECLI:NL:RBMNE:2025:3876

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
28 juli 2025
Publicatiedatum
28 juli 2025
Zaaknummer
16/019044.23
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Procedures
  • Eerste aanleg - meervoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor vervaardigen van MDMA en uitkeringsfraude

Op 28 juli 2025 heeft de Rechtbank Midden-Nederland uitspraak gedaan in een strafzaak tegen een verdachte die beschuldigd werd van het vervaardigen van ongeveer 7,5 kilo MDMA en uitkeringsfraude. De rechtbank heeft vastgesteld dat de verdachte, in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 18 januari 2023, samen met een ander, MDMA heeft vervaardigd en dat hij daarnaast niet heeft gemeld dat hij inkomsten uit de productie van harddrugs had, waardoor hij ten onrechte een bijstandsuitkering heeft ontvangen. De rechtbank heeft de bekennende verklaring van de verdachte en verschillende proces-verbaal als bewijs gebruikt. De rechtbank heeft rekening gehouden met de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder zijn verslaving en de gevolgen van zijn daden. De opgelegde straf bestaat uit een taakstraf van 240 uren en een voorwaardelijke gevangenisstraf van één jaar met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank heeft ook bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder reclasseringstoezicht en een meldplicht. De uitspraak is gedaan door een meervoudige kamer en is openbaar gemaakt op dezelfde dag.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Strafrecht
Zittingsplaats Utrecht
Parketnummer: 16/019044.23
Vonnis van de meervoudige kamer van 28 juli 2025
in de strafzaak tegen
[verdachte],
geboren op [geboortedatum] 1971 in [geboorteplaats] ,
ingeschreven in de Basisregistratie Personen op het adres:
[adres 1] , [postcode 1] in [plaats 1] ,
op dit moment verblijvende op het adres [adres 2] , [postcode 2] [plaats 1] ,
hierna te noemen: verdachte.

1.ONDERZOEK TER TERECHTZITTING

Dit vonnis is op tegenspraak gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting van 14 juli 2025.
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering en de standpunten van officier van justitie mr. M.L. Kruit, en van wat verdachte en zijn raadsman, mr. L.R. Waaijer, advocaat in Breukelen, naar voren hebben gebracht.

2.TENLASTELEGGING

De tenlastelegging is als bijlage aan dit vonnis gehecht.
De verdenking komt er, kort en feitelijk weergegeven, op neer dat verdachte:
feit 1
in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 18 januari 2023 in [plaats 1] , samen met een ander, 7.535 gram MDMA heeft vervaardigd dan wel aanwezig heeft gehad;
feit 2
in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 18 januari 2023 in [plaats 1] , uitkeringsfraude heeft gepleegd.

3.VOORVRAGEN

De dagvaarding is geldig, de rechtbank is bevoegd tot kennisneming van het ten laste gelegde, de officier van justitie is ontvankelijk in de vervolging van verdachte en er zijn geen redenen voor schorsing van de vervolging.

4.WAARDERING VAN HET BEWIJS

4.1
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie vindt dat beide ten laste gelegde feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
4.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen vrijspraak bepleit van de ten laste gelegde feiten.
4.3
Het oordeel van de rechtbank
De bewijsmiddelen [1]
Verdachte heeft de feiten bekend. De raadsman heeft geen vrijspraak voor de feiten bepleit. De rechtbank volstaat onder deze omstandigheden met een opsomming van de volgende bewijsmiddelen:
- de bekennende verklaring van verdachte op de terechtzitting van 14 juli 2025;
- een proces-verbaal van bevindingen van 3 november 2022 [2] ;
- een proces-verbaal van doorzoeking ter inbeslagneming inclusief fotobijlagen van 19 januari 2023 [3] ;
- een proces-verbaal forensisch onderzoek woning inclusief fotobijlagen van
31 januari 2023 [4] , zoals hersteld in het proces-verbaal van bevindingen van 20 maart 2025 [5] ;
- een proces-verbaal van bevindingen van 19 januari 2023 [6] ;
- een proces-verbaal onderzoek verdovende middelen van 22 februari 2023 [7] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [8] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [9] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [10] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [11] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [12] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [13] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [14] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [15] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [16] ;
- een geschrift, te weten een rapport van het Nederlands Forensisch Instituut (NFI) van 24 januari 2023 [17] ;
- het proces-verbaal uitkeringsfraude van 28 februari 2024, [18] ;
- een geschrift, te weten een toekenningsbeslissing van een bijstandsuitkering van de gemeente [gemeente] [19] ;
- een geschrift, te weten een aanvraagformulier bijzondere bijstand Participatiewet, ondertekend op 1 februari 2019 [20] ;
- een geschrift inclusief bijlage, te weten een aanvraagformulier bijzondere bijstand Participatiewet, ondertekend op 29 mei 2020 [21] .
De hiervoor weergegeven bewijsmiddelen worden steeds gebruikt tot het bewijs van het feit of de feiten, waarop zij blijkens hun inhoud uitdrukkelijk betrekking hebben. Sommige onderdelen van de bewijsmiddelen hebben niet betrekking op alle feiten, maar op één of meerdere feiten.

5.BEWEZENVERKLARING

De rechtbank acht wettig en overtuigend bewezen dat verdachte:
feit 1
in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 18 januari 2023 te [plaats 1] , tezamen en in vereniging met een ander, opzettelijk heeft vervaardigd ongeveer 7.535 gram, van een materiaal bevattende MDMA, zijnde MDMA, een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet behorende lijst I;
feit 2
in de periode van 18 oktober 2022 tot en met 18 januari 2023 in [plaats 1] , in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel
17 Participatiewet, (telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf, terwijl hij, verdachte, wist dat die gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes recht op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een (bijstands)uitkering krachtens die Participatiewet, dan wel voor de hoogte of duur van die verstrekking of tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte, (telkens) niet aan de Sociale Dienst en/of de gemeente [gemeente] (schriftelijk) gemeld dat hij, verdachte, in voornoemde periode werkzaamheden heeft verricht voor de productie van (hard)drugs en/of (daaruit) inkomsten heeft genoten.
Voor zover in het bewezen verklaarde deel van de tenlastelegging taal- en/of schrijffouten voorkomen, zijn deze in de bewezenverklaring verbeterd. Verdachte is daardoor niet in de verdediging geschaad.
Wat meer of anders is ten laste gelegd is niet bewezen. Verdachte wordt hiervan vrijgesproken.

6.STRAFBAARHEID VAN DE FEITEN

Er is geen omstandigheid aannemelijk geworden die de strafbaarheid van het bewezen verklaarde uitsluit, zodat dit strafbaar is.
Het bewezen verklaarde levert volgens de wet de volgende strafbare feiten op:
feit 1
medeplegen van opzettelijk handelen in strijd met het in artikel 2 onder D van de Opiumwet gegeven verbod;
feit 2
in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk voorschrift opgelegde verplichting, opzettelijk nalaten tijdig de benodigde gegevens verstrekken, terwijl het feit kan strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander, en terwijl hij weet of redelijkerwijze moet vermoeden dat de gegevens van belang zijn voor de vaststelling van zijn of eens anders recht op een verstrekking of tegemoetkoming/de hoogte of de duur van een verstrekking of tegemoetkoming.

7.STRAFBAARHEID VAN VERDACHTE

Er is geen omstandigheid gebleken of aannemelijk geworden die de strafbaarheid van verdachte uitsluit. Verdachte is dan ook strafbaar.

8.OPLEGGING VAN STRAF

8.1
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf van 24 maanden, met aftrek van het voorarrest, waarvan een gedeelte van zes maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren.
8.2
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft allereerst verzocht om bij het bepalen van de strafmaat niet vast te houden aan de in de tenlastelegging genoemde hoeveelheid van een materiaal bevattende MDMA, nu niet kan worden vastgesteld hoeveel MDMA er daadwerkelijk zat in de aangetroffen middelen. Verdachte had daarnaast slechts een kleinere rol in het geheel en er is door een ander misbruik gemaakt van de kwetsbare positie van verdachte. Verder is verdachte al zwaar gestraft. Hij is zijn zelfstandigheid, zijn woning en zijn uitkering kwijtgeraakt. Ook hangt hem nog een terugvordering van zijn uitkering van in totaal € 44.241,50 boven het hoofd. De raadsman heeft de rechtbank daarom verzocht geen onvoorwaardelijke gevangenisstraf op te leggen, maar een taakstraf. Verdachte is bezig een nieuwe start te maken en een gevangenisstraf zal dat doorkruisen. Verdachte is in staat en bereid een taakstraf te verrichten en kan dit combineren met zijn huidige werkzaamheden.
8.3
Het oordeel van de rechtbank
Bij het bepalen van de straf heeft de rechtbank rekening gehouden met de ernst van het bewezen verklaarde, de omstandigheden waaronder dit is begaan en de persoon van verdachte, zoals op de terechtzitting is gebleken.
Ernst van de feiten en de omstandigheden waaronder de feiten zijn begaan
Verdachte heeft, ruim 7,5 kilogram van een materiaal bevattende MDMA geproduceerd, bedoeld om te verhandelen. De productie van harddrugs in een woning brengt grote veiligheidsrisico’s met zich mee. Daarnaast is algemeen bekend dat het gebruik van verdovende middelen ernstige gezondheidsrisico’s oplevert voor de gebruikers ervan. Ook berichten de nieuwsmedia dagelijks over gedumpt drugsafval, dat leidt tot milieu- en gezondheidsschade. Verdachte heeft met zijn handelen alleen oog gehad voor zijn eigen financieel gewin, zonder rekening te houden met de negatieve effecten voor anderen. De rechtbank rekent dit verdachte aan. Dat verdachte bij het plegen van het feit samenwerkte met een ander weegt hierbij strafverzwarend. Verdachte produceerde de harddrugs en die ander leverde de benodigde grondstoffen, tabletteermachine en overige goederen.
Daarnaast heeft verdachte zich schuldig gemaakt aan uitkeringsfraude door gedurende een periode van ongeveer drie maanden voor de gemeente [gemeente] en/of de Sociale Dienst welbewust te verzwijgen dat hij werkzaamheden verrichtte voor de productie van harddrugs en/of daaruit inkomsten heeft genoten. De uitkeringsinstanties zijn hierdoor niet in staat geweest om vast te stellen of verdachte in de periode van 18 oktober 2022 tot en met
18 januari 2023 recht had op een uitkering en, zo ja, wat hiervan de hoogte moest zijn. Verdachte heeft met zijn handelen misbruik gemaakt van het stelsel van sociale zekerheid zoals dat in Nederland geldt. Uitkeringsfraude doet afbreuk aan de solidariteit en het draagvlak in de samenleving voor het stelsel van sociale voorzieningen en heeft tot gevolg dat het sociale stelsel wordt ondermijnd. De mensen die op dit stelsel zijn aangewezen worden hiervan uiteindelijke de dupe. De rechtbank rekent het verdachte aan dat hij bewust misbruik heeft gemaakt van sociale voorzieningen.
Persoon van verdachte
De rechtbank heeft gekeken naar het strafblad van de verdachte van 25 april 2025, waaruit blijkt dat de verdachte niet eerder voor een soortgelijk feit is veroordeeld. De rechtbank weegt dit niet in strafverzwarende of strafmatigende zin mee.
Verder houdt de rechtbank rekening met de op de terechtzitting naar voren gebrachte persoonlijke omstandigheden van verdachte, waaronder de omstandigheid dat zijn bijstandsuitkering is beëindigd, hij niet meer beschikt over een zorgverzekering en dat hij zijn woning kwijt is geraakt. Ook moet verdachte de als ten onrechte ontvangen aangemerkte uitkering, een fors bedrag, terugbetalen aan de gemeente. Verdachte heeft verder verklaard dat hij van zijn drugsverslaving af wil komen en dat hij dagbesteding heeft gevonden als (leerling)hovenier. De rechtbank zal dit alles in strafmatigende zin meewegen.
De op te leggen straf
De ernst van de bewezen verklaarde feiten rechtvaardigen in beginsel de oplegging van een langdurige onvoorwaardelijke gevangenisstraf. De rechtbank is, alles overwegende, echter van oordeel dat een onvoorwaardelijke gevangenisstraf in deze zaak niet passend is. Daarbij neemt de rechtbank in het bijzonder in aanmerking dat geen sprake was van een professioneel opgezette productie en dat door anderen misbruik is gemaakt van de kwetsbare positie van verdachte (als zeer verslaafde harddrugsgebruiker). Ook bevat het dossier geen stukken waaruit blijkt dat verdachte daadwerkelijk iets heeft verdiend aan de productie van de harddrugs. De rechtbank betrekt de (lichte) overschrijding van de redelijke termijn, terwijl niet is gebleken van bijzondere omstandigheden die deze termijnoverschrijding rechtvaardigen, ook bij de keuze voor een andere strafmodaliteit. De rechtbank ziet dat verdachte in zeer moeilijke omstandigheden zijn leven een positieve wending heeft gegeven en wil verdachte de kans geven een nieuwe start te maken.
Alles overwegende vindt de rechtbank een taakstraf van 240 uren, met aftrek van het voorarrest, passend en geboden. Om de ernst van de gepleegde feiten tot uitdrukking te brengen en verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken, zal de rechtbank daarnaast een forse voorwaardelijke gevangenisstraf opleggen van één jaar met een proeftijd van twee jaren. De rechtbank zal, ondanks het ontbreken van een reclasseringsrapport, aan die voorwaardelijke straf een reclasseringstoezicht verbinden met een meldplicht en de verplichting om mee te werken aan het geven van inzage in zijn financiën en schulden als bijzondere voorwaarden. Gelet op de kwetsbare positie van verdachte en het feit dat hij in het verleden onder bewind heeft gestaan vindt de rechtbank het van belang dat verdachte ondersteuning krijgt bij zijn financiën en daarvoor hulp accepteert. Hierbij moet ook aandacht zijn voor het feit dat verdachte momenteel niet over een zorgverzekering beschikt.

9.BESLAG

De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de rechtbank:
  • de drugs zal onttrekken aan het verkeer;
  • zal gelasten dat het pakket (op de beslaglijst aangeduid als pakketpost) wordt teruggegeven aan de rechthebbende;
  • teruggave aan verdachte zal gelasten van een lidmaatschapspas van [.] en een zorgverzekeringspas van Zilveren Kruis.
Het standpunt van de verdediging
De raadsman heeft geen uitdrukkelijk onderbouwd standpunt ingenomen met betrekking tot het beslag.
Het oordeel van de rechtbank
De drugs
De rechtbank zal bepalen dat de in de woning van verdachte in beslag genomen verdovende middelen worden onttrokken aan het verkeer. Met betrekking tot deze voorwerpen is het onder 1 bewezen verklaarde feit begaan en het ongecontroleerde bezit daarvan is in strijd met de wet en het algemeen belang.
Het pakket
De rechtbank zal de bewaring ten behoeve van de rechthebbende gelasten van het in beslag genomen voorwerp, te weten het pakket, nu dit goed niet vatbaar is voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.
De lidmaatschapspas van [.] en de zorgverzekeringspas van Zilveren Kruis
De rechtbank zal teruggave gelasten aan verdachte van de in beslag genomen voorwerpen, te weten de lidmaatschapspas van [.] en de zorgverzekeringspas van Zilveren Kruis, nu deze goederen niet vatbaar zijn voor verbeurdverklaring of onttrekking aan het verkeer en het belang van strafvordering zich niet tegen teruggave verzet.

10.TOEPASSELIJKE WETTELIJKE VOORSCHRIFTEN

De beslissing berust op de artikelen 9, 14a, 14b, 14c, 22c, 22d, 36b, 36c, 47, 57 en 227b van het Wetboek van Strafrecht en de artikelen 2, 10 en 13a van de Opiumwet, zoals deze artikelen luidden ten tijde van het bewezen verklaarde.

11.BESLISSING

De rechtbank:
Bewezenverklaring
  • verklaart het ten laste gelegde bewezen zoals hiervoor in rubriek 5 is vermeld;
  • verklaart het meer of anders ten laste gelegde niet bewezen en spreekt verdachte daarvan vrij;
Strafbaarheid
  • verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en kwalificeert dit zoals hiervoor in rubriek 6 is vermeld;
  • verklaart verdachte strafbaar;
Oplegging straf
  • veroordeelt verdachte tot
  • beveelt dat voor het geval verdachte de taakstraf niet of niet naar behoren verricht de taakstraf wordt vervangen door 120 dagen hechtenis;
  • beveelt dat de tijd, door verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering doorgebracht bij de tenuitvoerlegging van de taakstraf in mindering zal worden gebracht, berekend naar de maatstaf van 2 uren taakstraf per dag;
  • veroordeelt verdachte tot
  • bepaalt dat de gevangenisstraf van één jaar
  • stelt daarbij
  • als
* zich voor het einde van de proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
* ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking verleent aan het nemen van één of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
* medewerking verleent aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht, daaronder begrepen;
- stelt als
bijzondere voorwaardendat verdachte gedurende de proeftijd:
* zich binnen drie dagen na het ingaan van de proeftijd (telefonisch) meldt bij [instelling] aan het [adres 3] te [plaats 2] of een door haar aan te wijzen andere reclasseringsinstantie. Verdachte blijft zich melden op afspraken met de reclassering, zo vaak en zolang de reclassering dit noodzakelijk acht;
* meewerkt, indien geïndiceerd, aan het aflossen van zijn schulden en het treffen van afbetalingsregelingen, ook als dit inhoudt meewerken aan schuldhulpverlening in het kader van de Wet Schuldsanering Natuurlijke Personen. Verdachte geeft [instelling] inzicht in zijn financiën en schulden;
- waarbij [instelling] opdracht wordt gegeven als bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht toezicht te houden op de naleving van de voorwaarden en verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
Beslag
- verklaart de volgende voorwerpen
onttrokkenaan het verkeer:
- 55 STK verdovende middelen (goednummer 3109009);
- 5 STK verdovende middelen (goednummer 3109012);
- 55 STK verdovende middelen (goednummer 3109014);
- 5 STK verdovende middelen (goednummer 3109015);
- 4 STK verdovende middelen (goednummer 3109018);
- 1 STK verdovende middelen (goednummer 3109019);
- 1 STK verdovende middelen (goednummer 3109027);
- 1 STK verdovende middelen (goednummer 3109029);
- 1 STK verdovende middelen (goednummer 3109030);
- 1 STK verdovende middelen (goednummer 3109032);
- 1 STK verdovende middelen (goednummer 3109034);
- 1 STK verdovende middelen (goednummer 3109036);
- gelast de
bewaring ten behoeve van de rechthebbendevan het volgende voorwerp:
- 1 STK pakketpost (goednummer 3107172);
- gelast
de teruggave aan verdachtevan de volgende voorwerpen:
- 1 STK lidmaatschapspas [.] (goednummer 3107205);
- 1 STK pas Zilveren Kruis (goednummer 3107204).
Dit vonnis is gewezen door mr. S.C. Hagedoorn, voorzitter, mrs. L.M.M. Heppe en G. Boonzaaijer, rechters, in tegenwoordigheid van mr. A. Belhadi, griffier, en is uitgesproken op de openbare terechtzitting van 28 juli 2025.
Mrs. S.C. Hagedoorn en G. Boonzaaijer zijn buiten staat dit vonnis mede te ondertekenen.
Bijlage: de tenlastelegging
Aan verdachte wordt ten laste gelegd dat:
1
hij op of omstreeks de periode van 18 oktober 2022 tot en met 18 januari 2023 te
[plaats 1] , althans in Nederland, tezamen en in vereniging met een of meer anderen,
althans alleen, opzettelijk heeft vervaardigd in elk geval opzettelijk aanwezig heeft
gehad ongeveer 7535 gram, in elk geval een hoeveelheid van een materiaal
bevattende MDMA, zijnde MDMA een middel als bedoeld in de bij de Opiumwet
behorende lijst I, dan wel aangewezen krachtens het vijfde lid van artikel 3a van die
wet;
2
hij in of omstreeks de periode van 18 oktober 2022 tot en met 18 januari 2023 te
[plaats 1] , althans in Nederland, in strijd met een hem bij of krachtens wettelijk
voorschrift opgelegde verplichting, te weten artikel 17 van de Participatiewet,
(telkens) opzettelijk heeft nagelaten tijdig de benodigde gegevens te verstrekken, en
dit feit kon strekken tot bevoordeling van zichzelf of een ander,
terwijl hij, verdachte, wist, althans redelijkerwijze moest vermoeden dat die
gegevens van belang waren voor de vaststelling van verdachtes of eens anders recht
op een verstrekking of tegemoetkoming, te weten een (bijstands)uitkering krachtens
die Participatiewet, dan wel voor de hoogte of de duur van die verstrekking of
tegemoetkoming, immers heeft hij, verdachte, (telkens) niet aan de Sociale Dienst
en/of de gemeente [gemeente] (schriftelijk) gemeld dat hij, verdachte, in voornoemde
periode werkzaamheden heeft verricht voor de productie van (hard)drugs en/of
(daaruit) inkomsten heeft genoten.

Voetnoten

1.Wanneer hierna wordt verwezen naar paginanummers betreft dit pagina’s van op ambtseed of ambtsbelofte opgemaakte processen-verbaal. Deze processen-verbaal zijn als bijlagen opgenomen bij het in de wettelijke vorm opgemaakte proces-verbaal van 27 februari 2024, genummerd PL0900-2022326881, opgemaakt door politie Eenheid Midden-Nederland, doorgenummerd pagina 1 tot en met 274 (dossier I) en een proces-verbaal genummerd 220012, opgemaakt door de Sociale Recherche Gooi en Vechtstreek, doorgenummerd pagina 1 tot en met 188 (dossier II). Tenzij anders vermeld, zijn dit processen-verbaal in de wettelijke vorm opgemaakt door daartoe bevoegde opsporingsambtenaren.
2.Pagina 8 (dossier I).
3.Pagina’s 14-15 (dossier I).
4.Pagina’s 91-97 (dossier I).
5.Pagina 123 (dossier I).
6.Pagina’s 73-74 (dossier I).
7.Pagina’s 124-126 (dossier I).
8.Pagina 127 (dossier I).
9.Pagina 128 (dossier I).
10.Pagina 129 (dossier I).
11.Pagina 130 (dossier I).
12.Pagina 131 (dossier I).
13.Pagina 132 (dossier I).
14.Pagina 133 (dossier I).
15.Pagina 134 (dossier I).
16.Pagina 135 (dossier I).
17.Pagina 136 (dossier I).
18.Pagina 3 (dossier II).
19.Pagina’s 19-22 (dossier II).
20.Pagina 23 (dossier II).
21.Pagina 24 (dossier II).