Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.[gedaagde sub 1] ,
[gedaagde sub 2],
1.De procedure
- de conclusie van antwoord met 22 bijlagen,
- de brief waarin is meegedeeld dat een mondelinge behandeling is bepaald,
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Rechtbank Midden-Nederland
De VvE heeft een procedure gestart tegen de eigenaren van een recreatiewoning die deze als hoofdverblijf gebruiken, wat volgens het splitsingsreglement en huishoudelijk reglement verboden is. De rechtbank bevestigt dat permanente bewoning niet is toegestaan en dat de VvE voldoende volmacht en procesbelang heeft om op te treden.
De rechtbank legt uit dat permanente bewoning wordt vastgesteld aan de hand van omstandigheden zoals inschrijving in de Basisregistratie Personen en de duur van het verblijf. De eigenaar is ingeschreven op het adres van de recreatiewoning en verblijft er het grootste deel van het jaar, waardoor het hoofdverblijf aldaar is. Een beroep op gemeentelijke toestemming faalt omdat deze niet aan de eigenaar is gericht.
De rechtbank wijst het verweer van willekeur en machtsmisbruik af en benadrukt dat de VvE ook tegen andere overtreders zal optreden. De gevorderde termijn van vier weken om te stoppen met permanente bewoning is te kort; de rechtbank stelt een termijn van drie maanden vast. De gevorderde dwangsom wordt gematigd tot €250 per dag met een maximum van €10.000. De proceskosten worden aan de bewoners opgelegd en het vonnis wordt uitvoerbaar bij voorraad verklaard.
Uitkomst: De gedaagden moeten binnen drie maanden de permanente bewoning staken en betalen een gematigde dwangsom bij niet-naleving.