ECLI:NL:RBMNE:2025:4051
Rechtbank Midden-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing urgentieaanvraag wegens niet voldoen aan voorwaarden huisvestingsverordening
Eiser heeft op medische gronden een urgentieverklaring aangevraagd vanwege een te kleine woning die volgens hem gevaarlijk is voor zijn pasgeboren baby en nadelig voor de medische situatie van zijn partner. Het college van burgemeester en wethouders van Utrecht wees deze aanvraag af omdat eiser niet voldeed aan de algemene voorwaarden van de Huisvestingsverordening en de hardheidsclausule niet van toepassing was.
De rechtbank oordeelt dat eiser onvoldoende heeft onderbouwd dat er sprake is van een bijzondere persoonlijke noodsituatie zoals vereist in artikel 28 van Pro de Huisvestingsverordening. De kleine woonruimte en de medische situatie van de partner zijn niet voldoende aangetoond als zodanig schrijnend of onveilig. Daarnaast is vastgesteld dat de noodsituatie niet buiten eigen schuld is ontstaan, aangezien de gezinsuitbreiding plaatsvond zonder zicht op een grotere woning.
Ook de noodzaak tot verhuizing binnen zes maanden is niet aannemelijk gemaakt. Het beroep op de hardheidsclausule wordt verworpen omdat de situatie van eiser niet uitzonderlijk is binnen de Utrechtse woningnood en het algemeen belang bij rechtvaardige woonruimteverdeling zwaarder weegt. Het beroep wordt ongegrond verklaard, waardoor eiser geen urgentieverklaring ontvangt en geen proceskostenvergoeding krijgt.
Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de afwijzing van zijn urgentieaanvraag wordt ongegrond verklaard.