Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen door verweerder op haar aanvraag van 20 december 2023 om aanvullende compensatie voor werkelijke schade bij de Commissie Werkelijke Schade (CWS).
Verweerder stelde dat eiseres zich niet had aangemeld bij de CWS en daarom het beroep niet-ontvankelijk was. Eiseres toonde echter een ontvangstbevestiging van 22 december 2023 aan, waaruit blijkt dat de aanvraag wel degelijk is ingediend. De rechtbank overweegt dat eiseres niet benadeeld mag worden door de handelwijze van verweerder en dat verweerder op de ingediende aanvraag moet beslissen.
De rechtbank verklaart het beroep ontvankelijk en gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en draagt verweerder op uiterlijk 13 februari 2026 een besluit te nemen. Tevens wordt een dwangsom van €50 per dag met een maximum van €15.000 opgelegd bij overschrijding van deze termijn. Verweerder wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan eiseres.