ECLI:NL:RBMNE:2025:4132

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
23 juli 2025
Publicatiedatum
1 augustus 2025
Zaaknummer
UTR 24/4935
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbArt. 8:75a AwbArt. 8:41 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens niet tijdig besluit

Verzoeker stelde op 14 juli 2024 beroep in tegen het niet tijdig nemen van een besluit door verweerder. Op 9 april 2025 nam verweerder alsnog een besluit. Hierop trok verzoeker het beroep in en verzocht om vergoeding van zijn proceskosten.

De rechtbank oordeelde dat bij intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan aan verzoeker tegemoet is gekomen, de proceskosten vergoed kunnen worden conform de artikelen 8:75 en 8:75a Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht.

De rechtbank wees het verzoek toe en veroordeelde verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten, inclusief het griffierecht. De uitspraak werd gedaan zonder zitting omdat voldoende informatie beschikbaar was.

Uitkomst: Verweerder wordt veroordeeld tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: UTR 24/4935

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 23 juli 2025 in de zaak tussen

[verzoeker] , te [plaats] , verzoeker

(gemachtigde: mr. S. Maachi),
en

Centrum Indicatiestelling Zorg, verweerder.

Procesverloop

Verzoeker heeft op 14 juli 2024 beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op de aanvraag door verweerder.
Op 9 april 2025 heeft verweerder een besluit genomen. Verzoeker heeft daarna het beroep ingetrokken en een vergoeding gevraagd voor zijn proceskosten.
Verweerder heeft gereageerd op het verzoek van verzoeker en heeft er geen bezwaar tegen om de proceskosten van verzoeker te betalen.

Overwegingen

1. Deze uitspraak gaat over het verzoek van verzoeker om vergoeding van zijn proceskosten. De rechtbank doet deze uitspraak zonder partijen voor een zitting uit te nodigen, omdat zij vindt dat zij voldoende informatie heeft om het verzoek te beoordelen.
2. Als het beroep is ingetrokken omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift (dus aan verzoeker) tegemoet is gekomen, kan de rechtbank bepalen dat verweerder de proceskosten van de indiener van het beroepschrift moet betalen
.Dat staat in de artikelen 8:75 en 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) en in het Besluit proceskosten bestuursrecht.
3. De rechtbank veroordeelt verweerder in de door verzoekster gemaakte proceskosten. De vergoeding wordt met toepassing van het Besluit proceskosten bestuursrecht als volgt berekend. De bijstand door een gemachtigde levert 1 punt op (1 punt voor het indienen van het beroepschrift met een waarde per punt van € 907,- en een wegingsfactor van 1). Toegekend wordt een bedrag van € 907,-.
4. Verweerder moet ook het griffierecht aan verzoeker betalen (artikel 8:41, zevende lid, Awb).

Beslissing

De rechtbank veroordeelt verweerder tot betaling van € 907,- aan proceskosten aan verzoeker.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van N.B. Yalçinkaya, griffier
.De beslissing is in het openbaar uitgesproken op 23 juli 2025.
griffier rechter
Afschrift verzonden aan partijen op:

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt u een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen 6 weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. U ziet deze datum op de stempel die hierboven staat. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.