Uitspraak
RECHTBANK Midden-Nederland
1.De procedure
- de akte met aanvullende producties van 56 tot en met 69 van [eiser]
2.De kern van de zaak
3.De beoordeling
Partijen moeten zich inspannen voor een succesvolle samenwerking
Er deden zich onvoorziene omstandigheden voor
Een politieke motie zorgde voor 3,5 maand pas op de plaats
in overlegmet de Gemeente aan derden opdracht geven om plannen uit te werken, en dat overleg vond juist niet plaats. [8] Het is naar het oordeel van de rechtbank dan ook begrijpelijk dat [eiser] in deze omstandigheden heeft gewacht en in de tussentijd niet heeft geïnvesteerd in verdere planvorming.
Door de ontdekking van de dassenburcht werd het beoogde bouwplan onuitvoerbaar
De Gemeente belemmerde de samenwerking door een onredelijke eis
De afnamedatum van 31 december 2025 was niet eerder overeengekomen
een utopie’ was en vraagt zij de Gemeente te bevestigen dat een verlenging van de termijn bij de provincie is aangevraagd dan wel toegekend. In het daaropvolgende concept heeft de Gemeente de bepaling over de uiterlijke afdracht op 31 december 2025 geschrapt. In het aangepaste concept was alleen nog een inspanningsverplichting opgenomen met betrekking tot de beoogde tijdsplanning, waarin de derde en laatste afdracht van de gronden op 1 januari 2026 [12] zou plaatsvinden. Dit is zo ook in de Samenwerkingsovereenkomst terecht gekomen.
Door onvoorziene ontwikkelingen was het ontwikkelrisico voor [eiser] toegenomen
De Gemeente hield vast aan 31 december 2025 terwijl uitstel mogelijk was
Het noodzakelijke inhoudelijk overleg werd hierdoor belemmerd
Gemeente moet de proceskosten van [eiser] betalen