Gedaagden huren sinds 2019 een woning van eiseres, De Woningraat. Op 22 februari 2025 vond de politie in de woning een handelshoeveelheid soft- en harddrugs. De burgemeester sloot de woning vanaf 3 juni 2025 voor drie maanden. De Woningraat ontbond daarop de huurovereenkomst buitengerechtelijk per 2 juni 2025 en vorderde ontruiming.
Gedaagde 2 woont niet meer in de woning, maar gedaagde 1 weigert te ontruimen en stelt dat onvoldoende rekening is gehouden met zijn belangen. De kantonrechter oordeelt dat de belangen van De Woningraat zwaarder wegen. De ontbinding is niet onredelijk of misbruik van bevoegdheid, ook niet als gedaagde 1 niets wist van de drugs.
De kantonrechter wijst de ontruiming toe en bepaalt een ontruimingstermijn van zeven dagen na betekening, maar niet eerder dan zeven dagen na heropening van de woning. Daarnaast worden gedaagden hoofdelijk veroordeeld tot betaling van de huur vanaf mei 2025 en gebruiksvergoeding tot daadwerkelijke ontruiming, alsmede proceskosten. Het vonnis is uitvoerbaar bij voorraad.