ECLI:NL:RBMNE:2025:4165

Rechtbank Midden-Nederland

Datum uitspraak
20 juni 2025
Publicatiedatum
4 augustus 2025
Zaaknummer
C/16/593058 j JE RK 25-686
Instantie
Rechtbank Midden-Nederland
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 5.1 Wet Open OverheidArt. 1:265c BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing en onthouden inzage vader in privacygevoelige stukken

De rechtbank Midden-Nederland behandelde op 20 juni 2025 het verzoek van de gecertificeerde instelling (GI) tot verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige die sinds november 2024 bij zijn groottante verblijft. De moeder oefent het ouderlijk gezag uit, maar de machtiging tot uithuisplaatsing was reeds eerder verleend en verlengd.

De GI verzocht tevens om de vader, die geen gezag heeft, geen inzage te geven in het recente plan van aanpak en een e-mail van de hulpverlening aan de moeder, omdat deze stukken privacygevoelige en zeer persoonlijke informatie over de moeder bevatten. De rechtbank oordeelde dat het belang van de moeder bij geheimhouding zwaarder weegt dan het belang van de vader om deze stukken te mogen inzien.

De moeder was tegen verlenging van de machtiging, stellende dat haar problematiek de zorg voor de minderjarige niet in de weg staat. De vader benadrukte het belang van een stabiele omgeving voor de minderjarige. De rechtbank verlengde de machtiging tot 19 september 2025 en verklaarde deze uitvoerbaar bij voorraad. De beslissing is genomen met het oog op de noodzakelijke zorg en het nog te starten intensieve GGZ-behandeltraject van de moeder, dat bepalend is voor een eventuele terugplaatsing.

Uitkomst: De machtiging tot uithuisplaatsing wordt verlengd tot 19 september 2025 en de vader krijgt geen inzage in privacygevoelige stukken over de moeder.

Uitspraak

RECHTBANK MIDDEN-NEDERLAND

Familie- en Jeugdrecht
Locatie Utrecht
Zaaknummer: C/16/593058 / JE RK 25-686
Datum uitspraak: 20 juni 2025
Beschikking van de kinderrechter over een verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
in de zaak van
de gecertificeerde instelling
Samen Veilig Midden-Nederland, gevestigd te [.] ,
hierna te noemen de GI,
over
[minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2020 in [geboorteplaats] ,
hierna te noemen [minderjarige (voornaam)] .
De kinderrechter merkt als belanghebbenden aan:
[belanghebbende 1],
hierna te noemen de moeder,
wonende in [woonplaats 1] ,
advocaat mr. J.M. Buchel,
en
[belanghebbende 2],
hierna te noemen de vader,
wonende in [woonplaats 2] ,
advocaat mr. R. Vermeer.

1.Het verloop van de procedure

1.1.
De kinderrechter neemt de volgende stukken mee in de beoordeling:
  • het verzoekschrift met bijlagen van de GI, ontvangen op 7 mei 2025;
  • het bericht van de GI van 19 juni 2025 met het recente plan van aanpak en een
1.2.
De zitting met gesloten deuren heeft plaatsgevonden op 20 juni 2025. Daarbij waren aanwezig:
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader, bijgestaan door waarnemend advocaat mr. T.B. Goemans;
- een vertegenwoordiger van de GI, [A] .

2.De feiten

2.1.
De moeder is belast met het ouderlijk gezag over [minderjarige (voornaam)] .
2.2.
[minderjarige (voornaam)] verblijft sinds 18 november 2024 bij zijn groottante (vaderszijde).
2.3.
Bij beschikking van 20 september 2024 heeft de kinderrechter [minderjarige (voornaam)] onder toezicht gesteld van de GI tot 20 september 2025.
2.4.
Bij beschikking van 18 november 2024 heeft de kinderrechter een machtiging verleend om [minderjarige (voornaam)] uit huis te plaatsen. De machtiging tot uithuisplaatsing is daarna steeds verlengd, voor het laatst tot 1 juli 2025.

3.De verzoeken

3.1.
De GI verzoekt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige (voornaam)] in een voorziening voor pleegzorg te verlengen voor de duur van de ondertoezichtstelling en de beslissing uitvoerbaar bij voorraad te verklaren.
3.2.
Tijdens de zitting heeft de GI daarnaast verzocht om de vader inzage in en afschrift van het recente plan van aanpak en de e-mail van [instelling] te onthouden, ondanks het feit dat de vader in deze procedure belanghebbende is. Daarnaast heeft de GI verzocht om de ouders apart te horen. De GI verzoekt dit omdat er veel privacygevoelige informatie over de moeder in deze stukken staat en omdat vader geen gezag heeft.

4.De standpunten

4.1.
De moeder is het niet eens met een verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing. De problematiek van de moeder staat niet in de weg aan de zorg voor [minderjarige (voornaam)] . De moeder is al haar hele leven in behandeling, dit heeft zij altijd gecombineerd met de zorg voor [minderjarige (voornaam)] . De moeder heeft een nauwe band met haar netwerk. Bij een klinische opname kan [minderjarige (voornaam)] logeren bij mensen uit dit netwerk.
4.2.
De vader vindt het belangrijk dat [minderjarige (voornaam)] in een stabiele omgeving verblijft. De vader weet niet hoe de situatie bij de moeder is, maar hij ziet dat het goed gaat met [minderjarige (voornaam)] bij de groottante.

5.De beoordelingOnthouden van de vader van stukken en gescheiden horen

5.1.
Het is een belangrijk beginsel in alle rechtszaken dat alle belanghebbenden kunnen beschikken over dezelfde informatie. De GI verzoekt nu om een uitzondering te maken op dit belangrijke beginsel door te vragen te beslissen dat de vader geen kennis kan nemen van het recente plan van aanpak en de e-mail van [instelling] .
5.2.
De kinderrechter is met de GI van oordeel dat het weigeren van de informatie in het plan van aanpak en de e-mail van [instelling] noodzakelijk is om de persoonlijke levenssfeer van de moeder te eerbiedigen. [1] De reden daarvoor is dat er in het plan van aanpak en de
e-mail van [instelling] verschillende zeer persoonlijke gegevens over het functioneren van de moeder vermeld staan. Het kennisnemen daarvan door de vader kan de persoonlijke levenssfeer van de moeder beschadigen doordat die gegevens zeer persoonlijk zijn. De kinderrechter vindt het belang van de moeder dat de inhoud van het plan van aanpak en de e-mail van [instelling] geheim blijft zwaarder weegt dan het belang van de vader om het plan van aanpak en de e-mail te kunnen lezen.
5.3.
Om het plan van aanpak en de e-mail met de moeder te kunnen bespreken hebben de vader en zijn advocaat kort de zittingszaal verlaten. De kinderrechter heeft daarna een summiere samenvatting gegeven van wat er met de GI, de moeder en haar advocaat besproken is over wat er in de stukken staat.
Verlenging machtiging tot uithuisplaatsing
5.4.
De kinderrechter verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige (voornaam)] in een pleeggezin voor de duur van de ondertoezichtstelling, tot 19 september 2025. De kinderrechter legt deze beslissing hierna uit.
5.5.
Op basis van de stukken en de zitting is de kinderrechter van oordeel dat de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige (voornaam)] noodzakelijk is in het belang van de verzorging en opvoeding. [2] Er zou worden toegewerkt naar een terugplaatsing van [minderjarige (voornaam)] bij de moeder. De afgelopen periode is gebleken dat de moeder onvoldoende in staat is om keuzes te maken die in het belang zijn van [minderjarige (voornaam)] . Er wordt daarmee niet aan de voorwaarden voor een terugplaatsing voldaan. De moeder staat op de wachtlijst voor een intensief GGZ-behandeltraject. Het is nog niet duidelijk wanneer zij kan starten met deze behandeling en hoe lang een eventueel klinisch en ambulant deel van deze behandeling gaat duren. De kinderrechter vindt het in het belang van [minderjarige (voornaam)] dat er eerst duidelijkheid komt over deze behandeling voor er gewerkt kan worden aan een terugplaatsing van [minderjarige (voornaam)] .
Uitvoerbaar bij voorraad
5.6.
De kinderrechter verklaart de beslissing uitvoerbaar bij voorraad, zoals is verzocht. Dat wil zeggen dat de beslissing direct geldt, ook als iemand in hoger beroep gaat.

6.De beslissing

De kinderrechter:
6.1.
onthoudt de vader inzage in en afschrift van het plan van aanpak en de e-mail van [instelling] ;
6.2.
verlengt de machtiging tot uithuisplaatsing van [minderjarige (voornaam)] in een pleeggezin tot 19 september 2025;
6.3.
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad.
Deze beslissing is gegeven en in het openbaar uitgesproken op 20 juni 2025 door mr. E.A.A. van Kalveen, kinderrechter, in aanwezigheid van mr. R. Jelicic als griffier, en op schrift gesteld op 8 juli 2025.
Tegen eindbeslissingen in deze beschikking is hoger beroep mogelijk bij het gerechtshof Arnhem-Leeuwarden. Hiervoor is een advocaat nodig. Wie kunnen hoger beroep instellen:
  • degenen aan wie een afschrift van de beschikking is verstrekt of verzonden, binnen drie maanden na de dag van de uitspraak;
  • andere belanghebbenden, binnen drie maanden na de betekening van deze beschikking of binnen drie maanden nadat zij op andere wijze daarvan kennis hebben genomen.

Voetnoten

1.Artikel 5.1, tweede lid, onderdeel en vijfde lid van de Wet Open Overheid.
2.Artikel 1:265c, tweede lid, Burgerlijk Wetboek.